Log in op Mijn VVD

Participatie: zeggen wat je gaat doen en doen wat je hebt gezegd

Op maandag 8 maart behandelde de commissie Samenleving het agenderingsverzoek over de wijze waarop in Zoetermeer de participatie (tot voor kort samenspraak genoemd) plaats vindt bij met name binnenstedelijke woningbouwprojecten. VVD-raadslid Thera Hoekstra, binnen de VVD-fractie portefeuillehouder participatie: ‘Het is belangrijk dat de inwoners bijtijds worden meegenomen in de plannen. Dit is een moeilijke balans: zowel te vroeg als te laat informeren leidt tot vermijdbare discussies. Door goed te informeren over de plannen en het proces creëren we een groter draagvlak en door de inzichten die omwonenden delen, wordt de gemeenteraad voorzien van waardevolle input zodat verstandige besluiten genomen kunnen worden'. 

'Dit is voor de Zoetermeerse VVD de reden waarom we participatie organiseren. Er is echter een schreeuwend woningtekort in Nederland en in Zoetermeer. Dit is een groeiend probleem', aldus Thera Hoekstra: 'We hebben geen weilanden meer over aan de rand van de stad om nieuwe wijken te bouwen, dus we moeten binnenstedelijk bouwen. Dit levert regelmatig weerstand van omwonenden op. Deze weerstand betekent niet dat we dan maar niet meer moeten bouwen, maar wel dat we hier voor wat betreft het betrekken van inwoners beter mee om moeten gaan’.

Voor de Zoetermeerse VVD is het belangrijk dat participatietrajecten goed geregeld worden, dat er helder gecommuniceerd wordt, dat deelnemers van tevoren precies weten waarover gesproken gaat worden en in hoeverre zij invloed uit kunnen oefenen op het proces. Oftewel: verwachtingsmanagement. Ook zijn het tijdig beantwoorden van vragen en een heldere terugkoppeling essentieel.

‘Via een eindverslag van de participatie wordt de raad geïnformeerd, waarna de raad een zorgvuldige afweging kunnen maken over de bouwplannen’, aldus Thera Hoekstra: ‘Alle belangen moeten hierbij meegewogen worden: zowel van de mensen waar we van horen als de mensen waar we niet van horen, kortom de hele stad. Dit betekent dat de raad politieke keuzes moet maken, ook al zijn deze niet altijd populair. Van deze verantwoordelijkheid moeten we als raad niet weglopen’.