Log in op Mijn VVD

Behoud Zoetermeers erfgoed: alleen het resultaat telt!

Op 4 april gaf het college antwoord op de door de Zoetermeerse VVD gestelde vragen over het behoud van het Zoetermeers erfgoed voor de stad en haar inwoners. Het college is het met de VVD eens dat het Zoetermeerse erfgoed belangrijk is en zoveel mogelijk voor de stad behouden moet blijven. Het college is nu in kaart aan het brengen hoe het tentoonstellen van Zoetermeers erfgoed en het aanbieden van erfgoededucatie kan worden behouden. Onderdeel hiervan is het maken van heldere afspraken over het publiek toegankelijk houden van het Zoetermeers erfgoed voor de stad en haar inwoners. Het college zet hier maximaal op in. ‘Vanzelfsprekend ben ik blij met deze inspanningsverklaring’, zegt VVD-raadslid Rob Duiven: ‘Maar uiteindelijk telt het resultaat. Daar zal het straks om gaan als het voorstel van het college op tafel ligt voor het tentoonstellen van het Zoetermeers erfgoed en het aanbieden van erfgoededucatie’.

Op de vraag of het college de mening deelt van de Zoetermeerse VVD dat het behoud van het erfgoed ook het opvatting zou horen te zijn van het voormalig museum De Voorde, een Zoetermeers museum dat tot taak had het Zoetermeers cultureel erfgoed te bewaren en tentoon te stellen, is het antwoord dat dat dit de opvatting zou horen te zijn van alle organisaties die Zoetermeers erfgoed beheren.

‘Een bijzonder onderdeel van de Zoetermeerse erfgoedcollectie in beheer bij het voormalig museum De Voorde betreft het, onder voorwaarden, geschonken bezit van het Historisch Genootschap Oud Soetermeer (HGOS). Over de overeenkomst heeft Pels Rijcken Advocaten op 16 augustus 2021 een juridisch advies gegeven. Het college antwoordt desgevraagd dat dit advies voor de gemeente nog steeds leidend is’, aldus Rob Duiven: ‘Wel tekent het college aan dat dit een zaak tussen de stichting Museum De Voorde en de HGOS is’.

Het college is nog steeds in gesprek met het voormalig museum De Voorde over de afwikkeling van de werkzaamheden, als gevolg van de stopzetting van de subsidierelatie. Daarbij heeft het college steeds het standpunt ingenomen dat, indachtig het advies van Pels Rijcken Advocaten de voorwaarden uit de schenkingsovereenkomst van het HGOS blijven gelden. Dat betekent De Voorde de geschonken objecten om niet dient aan te bieden voordat zij deze vervreemdt en/of vernietigt. ‘Echter is dit, zoals eerder gesteld, een zaak tussen MDV en het HGOS’, benadrukt het college nogmaals in haar antwoorden: ‘Waar nodig zal het college hierin ondersteuning bieden aan het HGOS’.