De Zoetermeerse VVD heeft schriftelijke vragen gesteld aan het college over de onrust die is ontstaan rond de voorselectie van zogenoemde Post-45-monumenten. Aanleiding zijn brieven die veel inwoners recent ontvingen, waarin hun woning is opgenomen op een voorlopige lijst. Hoewel formeel nog geen sprake is van een juridische status, ervaren bewoners deze aankondiging wel degelijk als ingrijpend. VVD- fractievoorzitter Lisette Sandifort verwoordt het kernachtig: een dergelijke brief ‘komt bij bewoners over als een bedreiging van de vrijheden en het eigendomsrecht over hun woning’.
Volgens de VVD is die reactie begrijpelijk. Een daadwerkelijke aanwijzing als monument kan verstrekkende gevolgen hebben. ‘Bewoners mogen hun eigen woning dan niet zomaar meer wijzigen, ook als dat nu binnen het bestemmings- of omgevingsplan wel zou mogen’, stellen de vragenstellers. Dat raakt niet alleen verbouwingen, maar ook onderhoud, verduurzaming en toekomstige uitbreidingen. Landelijk is bekend dat monumentenstatussen vaak leiden tot extra vergunningstrajecten, hogere kosten en onzekerheid voor eigenaren, een punt dat ook door organisaties als Vereniging Eigen Huis regelmatig wordt benadrukt.
De manier waarop de gemeente heeft gecommuniceerd, baart de VVD eveneens zorgen. De informatiebijeenkomsten werden op werkdagen en onder kantoortijden gepland en slechts kort van tevoren aangekondigd. Inwoners kregen daardoor het gevoel dat zij snel moesten reageren om hun rechten veilig te stellen. De VVD vraagt het college expliciet of het deelt dat deze aanpak ‘de indruk wekt dat als inwoners niet tijdens de bijeenkomst in verzet komen hun woningen als monument worden aangeduid’. Daarbij benadrukt de fractie dat het uitblijven van een reactie nooit mag worden gezien als stilzwijgende instemming.
Wat de VVD betreft moet het college uiterst terughoudend zijn. ‘Het toewijzen van woonhuizen als monumenten is sowieso niet de bedoeling’, zo staat in de vragen. Die terughoudendheid sluit aan bij landelijke discussies over de balans tussen erfgoedbescherming en andere maatschappelijke opgaven, zoals woningbouw en energietransitie. Ook de Raad voor Cultuur wijst er in adviezen op dat bescherming proportioneel moet zijn en dat alternatieven, zoals een beschermd stadsgezicht, soms passender zijn dan een individuele monumentenstatus.
Een belangrijk punt voor de VVD is de positie van de eigenaar. De fractie vraagt of het college erkent dat zonder instemming van de eigenaar geen monumentenstatus zou moeten worden opgelegd. Daarnaast wordt gevraagd hoe de gemeente omgaat met economische schade, bijvoorbeeld waardevermindering of extra onderhoudskosten. ‘Op welke wijze wordt in de afweging rekening gehouden met de economische schade voor eigenaren?’, vragen Sandifort en Jeffrey van Gils.
Tot slot benadrukt de VVD dat deze kwestie meer is dan een technische afweging. Het raakt inwoners direct in hun persoonlijke leefomgeving. Daarom vraagt de fractie of het college bereid is de definitieve lijst alsnog aan de gemeenteraad voor te leggen. Transparantie, zorgvuldigheid en respect voor eigendomsrechten staan voor de Zoetermeerse VVD voorop. Juist om te voorkomen dat goede bedoelingen op het gebied van erfgoedbescherming ontaarden in onnodige onrust bij bewoners.