Op 16 juli 2024 stelde VVD-raadslid Rob Duiven schriftelijke vragen aan het college over het eventueel dreigende drinkwatertekort. Aanleiding voor de vragen waren berichten in de landelijke media van onder meer het RIVM, de Inspectie Leefomgeving en Transport en het Planbureau voor de Leefomgeving dat de watervraag hoger is dan het aanbod en bestuurders en beleidsmakers actie moeten ondernemen. ‘Ook tijdens het bezoek van de gemeenteraad aan Dunea op 22 maart 2024 bleek dat Zoetermeer met een dreigend tekort aan gezond drinkwater te maken heeft’, aldus Rob Duiven: ‘Dunea gaf aan tegen een aantal verontrustende bureaucratische hobbels op te lopen bij het garanderen van toekomstbestendige drinkwatervoorziening’.
Het college geeft in haar antwoord aan ‘dat tot nu toe is er altijd genoeg drinkwater beschikbaar is geweest, omdat Dunea voor overbrugging van droge periodes een diepe grondwatervoorraad heeft. Dunea stelt alles in het werk om te voorkomen dat er drinkwatertekorten ontstaan. De capaciteit wordt t/m 2030 uitgebreid met 9 miljoen m3 water t/m 2030. Tot die tijd is er naar verwachting voldoende drinkwatercapaciteit beschikbaar. Het kan echter niet worden uitgesloten dat er drinkwaterbeperkende maatregelen nodig zijn in de toekomst. Om dit zoveel mogelijk te voorkomen heeft de Provincie Zuid-Holland (als vergunningverlener) met Dunea en de gemeenten actieplannen opgesteld om de beschikbaarheid van drinkwater zoveel mogelijk te garanderen’.
Op de vraag welke stappen het college neemt, mede in het licht van haar zorgplicht, om Dunea te helpen voldoende drinkwater in de toekomst te garanderen, antwoordt het college ‘dat Dunea als drinkwaterbedrijf de verplichting heeft tot het leveren van voldoende drinkwater. De gemeente Zoetermeer is ambtelijk betrokken bij dit proces tot uitbreiding van drinkwaterbronnen als één van de aandeelhouders. De nieuwe locaties voor het realiseren van extra capaciteit liggen buiten de Zoetermeerse gemeentegrenzen en daarmee is de invloed van Zoetermeer minder groot’.
Op de vraag of het waar is dat het college zich verzet zou hebben tegen stijgende prijzen voor drinkwater door Dunea, hetgeen het verdienvermogen en daarmee investeringscapaciteit van Dunea zou verkleinen, luidt het antwoordt ‘dat dit niet het geval is geweest. Zoetermeer heeft zich, net als de andere gemeenten die aandeelhouder zijn van Dunea, niet verzet tegen stijgende prijzen voor drinkwater. Zoetermeer was wel een van de gemeenten die kritische vragen heeft gesteld bij de aanpassing van de tarieven. Met name omdat in eerste instantie wat vragen waren bij de hoogte en de noodzaak daarvan. Zoetermeer benadrukt dat de tarieven niet meer dan noodzakelijk moeten stijgen. Het college is zich bewust dat investeringen om de capaciteit uit te breiden mogelijk tot gevolg heeft dat het tarief voor drinkwater omhoog gaat. Andere alternatieven zijn niet onderzocht’.