Tijdens de raadsvergadering van 15 december 2025 heeft de gemeenteraad van Zoetermeer ingestemd met de Belastingverordeningen voor 2026. Ook de fractie van de Zoetermeerse VVD heeft vóór de voorgelegde verordeningen gestemd. Daarmee zijn de gemeentelijke belastingen en tarieven voor het komende jaar formeel vastgesteld. Dat besluit is belangrijk, maar inhoudelijk niet opzienbarend. Wie het gemeentelijke besluitvormingsproces kent, weet dat deze stap logisch voortvloeit uit de eerder vastgestelde begroting 2026, waarin de raad al heeft bepaald welke inkomsten nodig zijn om de gemeentelijke taken te kunnen uitvoeren.
De belastingverordeningen vormen de juridische uitwerking van die begroting. Ze gaan onder meer over de onroerendezaakbelasting, de afvalstoffenheffing, de rioolheffing, de parkeerbelastingen, de toeristenbelasting, de precariobelasting en de leges die inwoners en ondernemers betalen voor gemeentelijke diensten, zoals vergunningen en uittreksels. Ook verordeningen voor marktgelden en andere specifieke heffingen maken hier onderdeel van uit. Samen bepalen deze regels niet alleen hoeveel iemand betaalt, maar ook onder welke voorwaarden en op welke manier de gemeente die inkomsten int.
Voor de Zoetermeerse VVD is het vaststellen van deze verordeningen geen formaliteit zonder betekenis. Belastingen raken inwoners immers direct in hun dagelijkse leven. Tegelijkertijd is het belangrijk om te onderkennen dat de politieke afwegingen grotendeels al zijn gemaakt bij de begrotingsbehandeling. Daar wordt immers besloten over het niveau van de gemeentelijke uitgaven én over de totale opbrengst die via belastingen en heffingen wordt binnengehaald. De besluitvorming in december zorgt ervoor dat die keuzes juridisch correct en uitvoerbaar worden vastgelegd.
Fractievoorzitter Lisette Sandifort heeft in eerdere debatten en publicaties herhaaldelijk benadrukt dat de VVD zeer terughoudend is als het gaat om het verhogen van lasten voor inwoners. Volgens haar moet de gemeente altijd eerst kritisch naar de eigen organisatie kijken voordat extra kosten bij inwoners worden neergelegd. ‘Belastingen zijn geen vanzelfsprekende knop om aan te draaien’, is een gedachte die zij vaker heeft uitgesproken: ‘Iedere verhoging moet uitlegbaar zijn en passen bij wat inwoners daarvoor terugkrijgen’.
De financiële context waarin Zoetermeer opereert, maakt die houding extra relevant. Gemeenten hebben te maken met stijgende kosten, onder meer door inflatie en toenemende taken vanuit het Rijk, terwijl structurele financiering niet altijd meegroeit. Dat vraagt om scherpe keuzes. Bij de begroting voor 2026 heeft de VVD-fractie zich daarom ingezet voor financiële discipline en realistische ambities. Sandifort heeft daarbij benadrukt dat betrouwbaarheid van bestuur essentieel is. ‘Als we bij de begroting keuzes maken, moeten we die ook consequent doorvoeren’, heeft zij eerder aangegeven. Dat geldt ook voor de inkomstenkant van de begroting.
Dat de VVD-fractie heeft ingestemd met de Belastingverordeningen 2026 past binnen die lijn. Niet omdat belastingen verhogen een doel op zich is, maar omdat deze verordeningen aansluiten bij de eerder vastgestelde begroting en daarmee bij de afspraken die de raad met inwoners heeft gemaakt. Tegelijkertijd blijft de VVD alert op de stapeling van lasten. Veel inwoners hebben te maken met hogere woonlasten, energieprijzen en dagelijkse kosten. Juist daarom blijft het uitgangspunt dat gemeentelijke belastingen zo stabiel en voorspelbaar mogelijk moeten zijn.
Met de vaststelling van de Belastingverordeningen 2026 is de financiële besluitvorming voor het komende jaar afgerond. Voor de Zoetermeerse VVD is dat geen eindpunt, maar een moment om vooruit te kijken. Ook in 2026 blijft de fractie zich inzetten voor een zorgvuldig financieel beleid, waarin betaalbaarheid, transparantie en verantwoord omgaan met gemeenschapsgeld centraal staan. Alleen zo blijft Zoetermeer een stad waar inwoners weten waar ze aan toe zijn en waar de overheid doet wat nodig is, maar nooit meer dan dat.