Zorgen over woningdruk, leefbaarheid, veiligheid en de druk op voorzieningen in relatie tot de impact van migratie op de Nederlandse samenleving zijn naar mijn mening op zichzelf legitiem en horen bespreekbaar te zijn in een democratische samenleving. Dat geldt temeer omdat ook de Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen 2050 in januari 2024 concludeerde dat de aanhoudende bevolkingsgroei door migratie grote gevolgen heeft voor woningmarkt, zorg, onderwijs en sociale cohesie, en dat de overheid daar veel langduriger en consistenter beleid op moet voeren. Maar de gewelddadige protesten rond de komst van asielzoekerscentra en noodopvanglocaties in onder meer Loosdrecht, IJsselstein en andere gemeenten laten zien hoe snel deze legitieme maatschappelijke zorgen kunnen omslaan in een debat over identiteit, afkomst en ‘het eigen volk’.
Rond dergelijke protesten bewegen zich politieke en maatschappelijke groeperingen die opereren op de uiterst rechtse flank van het politieke spectrum en die maatschappelijke zorgen bewust verbinden aan opvattingen over ‘omvolking’, culturele verdringing en teloorgang van de Nederlandse identiteit. Wie goed naar deze retoriek luistert, stuit onvermijdelijk op denkbeelden die al ruim een eeuw geleden opdoken in The Passing of the Great Race van de Amerikaan Madison Grant. Grant beschreef in 1916 de vermeende ondergang van het ‘Noordse ras’. Volgens hem werd de westerse beschaving bedreigd door immigratie, bevolkingsvermenging en het verdwijnen van een zogenaamd superieur Europees mensentype. Zijn boek was doordrenkt van pseudowetenschap en rassendenken en groeide later uit tot een inspiratiebron voor extreemnationalistische stromingen.
De hedendaagse varianten klinken minder biologisch en meer cultureel van aard. Niet langer wordt openlijk gesproken over ‘raszuiverheid’, maar over ‘het beschermen van onze cultuur’, ‘de Nederlandse identiteit’ of het voorkomen van ‘vervanging’. Toch is de kern naar mijn mening opvallend vergelijkbaar: de gedachte dat immigratie een existentiële bedreiging vormt voor de samenleving en dat elites bewust zouden meewerken aan die ontwikkeling.
Historische en demografische onderzoeken geven echter geen aanwijzing dat eerdere migratiegolven hebben geleid tot het verdwijnen van de Nederlandse democratische rechtsstaat, taal of nationale cultuur. Nederland kende in de afgelopen eeuwen meerdere grote migratiegolven zonder dat de samenleving ophield herkenbaar Nederlands te zijn. Integendeel: cijfers van onder meer het Centraal Bureau voor de Statistiek laten zien dat bij veel migrantengroepen en hun kinderen arbeidsparticipatie en opleidingsniveau over generaties stijgen en dat een groot deel actief deelneemt aan onderwijs, arbeidsmarkt en samenleving. Cultuur en identiteit blijken bovendien historisch voortdurend in beweging te zijn, zonder dat een samenleving daarmee ophoudt zichzelf te zijn.
De geschiedenis leert echter dat sommige ideeën niet verdwijnen. Ze veranderen echter wel van taal, toon en verpakking. Wat ooit werd gepresenteerd als wetenschappelijke rassentheorie verschijnt vandaag soms als cultureel doemdenken met een democratisch sausje. En precies daar ligt naar mijn mening het gevaar. Juist daarom blijft kennis over boeken als The Passing of the Great Race relevant. Niet om iedere terechte zorg over de impact van migratie weg te zetten als extremisme, maar om te herkennen wanneer oude, kwalijke denkbeelden opnieuw hun weg vinden naar het maatschappelijke debat.
Deze column geeft de mening van Rob Duiven weer en niet het standpunt van de (fractie van de) Zoetermeerse VVD