Woorden doen ertoe

Het politieke bloed kruipt waar het niet gaan kan. Hoewel ik inmiddels afstand heb genomen van de actuele lokale politiek, blijft mijn interesse in politiek en het maatschappelijk debat onverminderd. Ook de neiging om mijn gedachten daarover te ordenen en van mij af te schrijven is gebleven. Daarom pak ik de draad van mijn column weer op. Dit keer niet ‘van binnen (de politiek) naar buiten’, maar juist omgekeerd: ‘van buiten naar binnen’.

De recente Amsterdamse rechtszaak tussen vastgoedondernemer Marcel Melis en Volt-raadslid Juliet Broersen laat vooral één ding zien: hoe groot de verantwoordelijkheid van politici is in hun woordkeuze richting anderen. In een raadsdebat sprak Broersen over ‘Andrew Tate-vibes’ bij de verhuurder, verwijzend naar berichtgeving over zijn omgang met vrouwelijke huurders. De rechter oordeelde op 24 april jl. dat die uitlating juridisch toelaatbaar was, maar gaf ook een duidelijke waarschuwing: de impact op de betrokkene was groot en zorgvuldiger formuleren had gekund. Wat mij betreft zit juist in die constatering de kern.

Daarmee raakt deze kwestie naar mijn mening aan de essentie van het politieke ambt. Niet zozeer de vraag wat mag, maar hoe je spreekt. Politici hebben een ruim podium en veel vrijheid om maatschappelijke kwesties te duiden. Juist daarom rust op hen de plicht om woorden met precisie te kiezen, zeker wanneer die raken aan inwoners, ondernemers of organisaties. In mijn ogen wordt die verantwoordelijkheid, zeker in de landelijke politiek, nog te vaak onderschat.

De juridische grenzen zijn helder: scherpe uitspraken zijn toegestaan zolang ze passen binnen een maatschappelijk debat en enige feitelijke basis hebben. Maar de politieke werkelijkheid is breder dan het recht. Woorden doen ertoe, juist omdat ze afkomstig zijn van mensen met gezag en invloed. Dat vraagt vind ik om meer dan alleen juridische toetsing.

In de praktijk blijkt hoe dun de lijn is tussen duiding en beschadiging. Een kwalificatie kan snel worden opgevat als een oordeel over iemands integriteit. In een tijd waarin uitspraken worden uitvergroot en los van hun context circuleren, weegt iedere formulering zwaarder. Terughoudendheid is dan geen zwakte, maar kracht.

Dat vraagt om zorgvuldigheid. Niet om het debat te vermijden, maar om te voorkomen dat woorden meer kapotmaken dan ze verhelderen. Kritiek op handelen is iets anders dan het plakken van etiketten die blijven kleven. Dat onderscheid zou scherper bewaakt moeten worden.

Die verantwoordelijkheid ligt niet alleen bij politici. Ook inwoners dragen bij aan de toon van het debat. Vrijheid van meningsuiting ontslaat niemand van de plicht tot fatsoen. Kritiek mag scherp zijn, maar hoeft niet persoonlijk te worden. Respect richting politici is geen gunst, maar een noodzakelijke basis voor een volwassen gesprek.

Politiek draait om keuzes en debat. Maar wie spreekt namens de publieke zaak, doet dat niet vrijblijvend. De les is niet dat er veel mag, maar dat zorgvuldigheid noodzakelijk is. Niet alles wat gezegd kan worden, hoeft gezegd te worden.

Uiteindelijk bepaalt naar mijn mening de manier waarop wordt gesproken hoe het bestuur wordt ervaren. Waar woorden zorgvuldig worden gekozen en respect de grondtoon vormt, groeit vertrouwen. Waar dat ontbreekt, brokkelt het af.

Deze column geeft de mening van Rob Duiven weer en niet het standpunt van de (fractie van de) Zoetermeerse VVD

Total
0
Shares
Related Posts