Politici hebben nooit vakantie?

Zodra het zomerreces begint, gebeurt er iets opmerkelijks. Terwijl de meeste Nederlanders hun koffers pakken zonder zich daarvoor te hoeven verantwoorden, lijken politici eerst uitgebreid te moeten uitleggen dat zij niet echt op vakantie gaan. Jaar na jaar verschijnen dezelfde berichten: reces is geen vakantie, er wordt gewoon doorgewerkt, dossiers gaan mee en de telefoon blijft aan. Dat roept een interessante vraag op: waarom voelen politici al zo lang de behoefte om uit te leggen dat ze niet op vakantie zijn?

Voor deze column dook ik in parlementaire stukken, krantenarchieven en politieke publicaties. Daarbij stuitte ik op een interessante constatering. De inmiddels bekende uitspraak ‘reces is geen vakantie’ blijkt voor zover verifieerbaar voor het eerst letterlijk te zijn uitgesproken door Tweede Kamervoorzitter Jeltje van Nieuwenhoven in juni 2000. De achterliggende gedachte is echter veel ouder. Al generaties lang leggen politici uit dat een reces geen periode van ledigheid is, maar een tijd van werkbezoeken, dossierstudie, gesprekken met inwoners en het voorbereiden van nieuwe politieke initiatieven.

Het grappige is dat de discussie blijkbaar al zo oud is als het reces zelf. Hoe verder ik terugzocht in de bronnen, hoe vaker ik politici tegenkwam die benadrukten dat ze heus niet de hele zomer in een hangmat lagen. Kennelijk vonden politici het toen al belangrijk dat iedereen wist hoe druk ze het hadden.

Dat is ergens ook wel begrijpelijk. Politiek werk laat zich niet gemakkelijk vangen in kantooruren. Een raadslid dat tijdens een wandeling door de wijk wordt aangesproken over verkeersoverlast, een wethouder die op een buurtbijeenkomst vragen krijgt over woningbouw of een fractievoorzitter die tijdens een terrasje met inwoners in gesprek raakt over een actuele kwestie: het hoort er allemaal bij, zoals ik ook een eerdere column in 2024 al schreef .

Naar mijn mening schuilt daarin een aardige paradox. Politici hebben natuurlijk gewoon vakantie. Sterker nog, dat is ze van harte gegund. Niemand wordt een betere bestuurder van vermoeidheid. Tegelijkertijd zijn veel politici nooit helemaal vrij. Het werk zit niet alleen in vergaderingen en dossiers, maar ook in betrokkenheid. En die laat zich niet uitzetten zodra de koffers zijn gepakt.

Ik merkte dat zelf ook in de acht jaar dat ik raadslid was. Een raadslidmaatschap kent geen uitknop. Voor je het weet gaat een gesprek tijdens een verjaardag, een zomerborrel, een wandeling of een kop koffie toch weer over verkeer, wonen, veiligheid of een andere kwestie die in de stad speelt.

Misschien moeten we daarom stoppen met de discussie of politici tijdens het reces wel of niet vakantie hebben. Natuurlijk hebben politici vakantie. En dat is maar goed ook. Iedereen heeft recht op een periode om uit te rusten, afstand te nemen en nieuwe energie op te doen. Dat geldt voor politici niet anders dan voor ieder ander. Sterker nog: wij als inwoners hebben recht op bestuurders en volksvertegenwoordigers die uitgerust, scherp en met frisse moed aan een nieuw politiek seizoen beginnen.

Daarom geen ingewikkelde discussies meer over reces of vakantie. Laten we het simpel houden: politici hebben vakantie, en die is hun van harte gegund. Ik wens hen én u een mooie zomer en een fijne vakantie.

Deze column geeft de mening van Rob Duiven weer en niet het standpunt van de (fractie van de) Zoetermeerse VVD

Total
0
Shares
Geef een reactie
Related Posts