Met de mondelinge vragen over de uitvoering van motie 24-1202 ‘Zoetermeers erfgoed snel zichtbaar!’, onderstreepte de Zoetermeerse VVD opnieuw haar standpunt: cultureel erfgoed verdient een zichtbare plek in de stad, op een praktische manier en met zorgvuldig gebruik van gemeenschapsgeld. Tijdens de commissie Plenair van maandag 9 februari 2026 vroeg VVD-raadslid Rob Duiven nadrukkelijk aandacht voor de voortgang van zijn motie die al in december 2024 breed door de raad werd gesteund, maar waarvan de uitvoering volgens hem onnodig lang op zich laat wachten.
Duiven maakte duidelijk dat hij het onderwerp niet loslaat, juist omdat het gaat om een relatief eenvoudige en concrete afspraak. ‘Dit is een van de laatste momenten waarop ik zelf in een vergadersetting aandacht voor dit onderwerp kan vragen’, gaf hij aan, verwijzend naar de in een memo aangekondigde afdoening per 31 maart. Tegelijk sprak hij zijn zorg uit dat de inhoud van dat memo onvoldoende zekerheid bood. Het college meldde daarin dat binnen programma 4 een bedrag van € 25.000 was vrijgemaakt voor een verkenning naar de mogelijkheden van verplaatsbare vitrines in publieksruimten, zoals het stadhuis of de bibliotheek. Voor de VVD is zichtbaar erfgoed geen papieren exercitie, maar iets wat inwoners daadwerkelijk moeten kunnen ervaren.
In zijn vragen wilde Duiven helderheid over wat er nu precies gebeurt. Welke activiteiten zijn uitgevoerd, door wie, en of er naast de verkenning ook budget beschikbaar is voor de daadwerkelijke aanschaf van vitrines. Hij vroeg naar tussenresultaten, naar de concrete stappen in de laatste weken tot 31 maart en naar de oorzaken van de vertraging. ‘Wat zijn of waren de kennelijk lastig te nemen hindernissen die een vlotte uitvoering van een op zich eenvoudige en praktische motie inmiddels zo’n vijftien maanden in de weg staan?’, vroeg hij. Uiteindelijk draaide het voor hem om één kernpunt: ‘Ga ik het als raadslid nog meemaken dat ik in een voor publiek toegankelijke ruimte Zoetermeers erfgoed kan bewonderen?’.
Wethouder Jan Iedema ging uitvoerig in op de vragen en erkende dat de uitvoering meer voeten in de aarde had dan vooraf gedacht. Er is gekeken naar geschikte locaties, maar ook naar veiligheid, toegankelijkheid en duurzaamheid. ‘De hele rits waar je niet direct aan denkt als je je voorstelt dat je erfgoed gewoon in een vitrine neerzet’, aldus de wethouder. Positief nieuws was dat er inmiddels niet alleen budget is voor de verkenning, maar ook voor de aanschaf van flexibele vitrines. Die keuze maakt het mogelijk om het erfgoed te laten ‘reizen’ door de stad en zo op meerdere plekken zichtbaar te maken.
Volgens Iedema zijn de vitrines inmiddels besteld en wordt gewerkt aan de programmering en de eerste plaatsing. De datum van 31 maart blijft voor het college haalbaar. Daarmee sloot hij aan bij de wens van de VVD om niet te blijven hangen in plannen, maar daadwerkelijk resultaten te laten zien. Duiven reageerde tevreden, maar bleef scherp: zijn voorkeur gaat er nadrukkelijk naar uit om dit als raadslid mee te maken.