Een coalitieakkoord is geen verkiezingsprogramma. Het is een bestuurlijke afspraak tussen politieke partijen met uiteenlopende visies op de samenleving en standpunten die samen verantwoordelijkheid nemen. Maar juist daarom lijkt mij het nuttig om het op 19 juni ondertekende coalitie-akkoord ‘Thuiskomen in Zoetermeer. Merkbaar beter’ langs de liberale meetlat te leggen. Niet langs een vaag gevoel, maar langs de waarden de VVD als liberale partij zelf centraal stelt: vrijheid, verantwoordelijkheid, verdraagzaamheid, sociale rechtvaardigheid en gelijkwaardigheid.
Vrijheid is vooral de vraag of mensen hun leven kunnen inrichten zoals zij dat zelf willen. Dan gaat het om een woning kunnen vinden, veilig over straat kunnen, je onderneming kunnen beginnen, je kinderen kunnen laten opgroeien in een leefbare wijk en je stad kunnen bereiken op een manier die bij jouw leven past. Op die punten vind ik dit akkoord herkenbaar liberaal. Het kiest voor bouwen, versnellen, bereikbaarheid en veiligheid. Dat zijn geen technische thema’s, maar essentiële voorwaarden voor persoonlijke vrijheid.
Ook verantwoordelijkheid is naar mijn mening duidelijk aanwezig. Een liberale gemeente neemt inwoners serieus als volwassen mensen. Zij helpt waar dat nodig is, maar neemt het leven niet van mensen over. Het akkoord legt nadruk op meedoen, op ondersteuning die dichtbij is en op het voorkomen dat problemen onnodig groter worden. Dat past bij verantwoordelijkheid geven en nemen: hulp bieden aan wie niet zonder kan, maar altijd met het doel dat mensen zo veel mogelijk zelf richting blijven geven aan hun leven.
Verdraagzaamheid betekent niet dat alles maar moet kunnen. Wie overlast veroorzaakt, intimideert, vernielt of de vrijheid of veiligheid van anderen aantast, overschrijdt een grens. Dan moet de overheid optreden. Niet uit regelzucht, maar om de vrijheid van anderen te beschermen. Extra inzet op handhaving, zichtbaarheid in wijken en de aanpak van criminaliteit sluit naar mijn mening daarom naadloos aan bij liberale politiek.
Sociale rechtvaardigheid vraagt intussen dat kansen niet alleen op papier bestaan. Een stad waarin mensen geen woning kunnen vinden, waarin kinderen onvoldoende mee kunnen doen of waarin dienstverlening vooral begrijpelijk is voor wie de weg al kent, is niet werkelijk vrij. Juist daarom zijn goede basisvoorzieningen, duidelijke taal en een dienstbare gemeente liberale onderwerpen. Gelijkwaardigheid vraagt daarbij dat de gemeente inwoners niet benadert als nummers of dossiers, maar als mensen met dezelfde rechten, kansen en waardigheid.
De kritische liberale vraag blijft wel: wordt de overheid hierdoor beter of vooral groter? Een overheid die veel belooft, moet oppassen dat zij inwoners niet opzadelt met hogere lasten, ingewikkelde regelingen en bestuurlijke drukte. Daarom vind ik het goed dat het akkoord de OZB niet als gemakkelijke inkomstenbron gebruikt en eerst kritisch naar eigen uitgaven wil kijken.
Mijn conclusie is helder: wat mij betreft heeft dit coalitieakkoord de liberale toets doorstaan. Niet omdat het een zuiver VVD-programma is (dat is een coalitieakkoord nooit) maar omdat de hoofdlijn herkenbaar liberaal is: meer ruimte voor inwoners, meer veiligheid, meer woningen, meer verantwoordelijkheid en een overheid die dienstbaar moet zijn. Of dat in de praktijk ook zo uitpakt, zal de komende jaren moeten blijken. Het Engelse gezegde luidt immers: ‘The proof of the pudding is in the eating.’
Deze column geeft de mening van Rob Duiven weer en niet het standpunt van de (fractie van de) Zoetermeerse VVD