Tijdens de raadsvergadering van 10 november 2025 diende VVD-fractievoorzitter Lisette Sandifort-Meijer namens de Zoetermeerse VVD de motie ‘Doen wat nodig is tegen netcongestie‘ in. De motie, medeondertekend door Zó! Zoetermeer, PVV, D66, Zoetermeer Vooruit en 50+, riep het college op om de regierol van de gemeente te versterken in het zoeken naar praktische oplossingen voor het groeiende probleem van netcongestie. Deze motie werd met zeer ruime meerderheid (37 stemmen) aangenomen.
Netcongestie (het verschijnsel dat het elektriciteitsnet vol is en nieuwe aansluitingen of uitbreidingen niet mogelijk zijn) drukte zwaar op de Zoetermeerse economie. Volgens de impactanalyse en het Actieplan Netcongestie, dat de gemeente in juni had opgesteld, werden 61 projecten geraakt door beperkte netcapaciteit. Bedrijven en instellingen die wilden uitbreiden of verduurzamen, kwamen op een wachtlijst terecht, soms voor vele jaren. ‘Dit probleem raakt niet alleen ondernemers, maar ook woningbouwprojecten, scholen en maatschappelijke voorzieningen’, zei Sandifort: ‘De stad loopt vast als de stroom letterlijk op is’.
De Zoetermeerse VVD vind dat de gemeente niet moet afwachten tot landelijke maatregelen effect hadden, maar lokaal moest doen wat mogelijk was. Sandifort: ‘We willen dat Zoetermeer niet langer in de wachtstand staat, maar in de doe-stand. Er zijn slimme manieren om capaciteit te delen en projecten toch door te laten gaan’. Ze verwees daarbij naar batterijsystemen en cable pooling, waarbij meerdere bedrijven of organisaties gezamenlijk gebruikmaken van één aansluiting of elkaars overschotten aan duurzame energie.
Met de motie vroeg de Zoetermeerse VVD het college om te onderzoeken hoe bedrijven en instellingen op de wachtlijst beter in beeld konden komen, bijvoorbeeld via een vrijwillige registratie bij het Energieloket Zakelijk. Op die manier kan de gemeente actief partijen met elkaar verbinden die mogelijk elkaars energievraag en -aanbod konden aanvullen. ‘De kracht van samenwerking is enorm’, aldus Sandifort: ‘Soms staat het ene bedrijf stil omdat het geen stroom krijgt, terwijl de buurman overcapaciteit heeft. Dat moeten we slimmer organiseren’.
De motie verwijst ook naar de nieuwe Energiewet, die op 1 januari 2026 in werking zou treden. Deze wet moest het energiesysteem moderniseren en maakte het delen van capaciteit, bijvoorbeeld via cable pooling, juridisch eenvoudiger. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) had gemeenten bovendien opgeroepen om lokale samenwerkingen te stimuleren. Sandifort zag daarin een kans voor Zoetermeer: ‘We kunnen hier niet alles oplossen, maar we kunnen wél verbinden. Door bedrijven, instellingen en netbeheerders bij elkaar te brengen, creëren we ruimte waar die nu ontbreekt’.
De Zoetermeerse VVD vroeg het college daarnaast om het Actieplan Netcongestie aan te vullen met concrete pilots en projecten en uiterlijk voor de zomer van 2026 de resultaten aan de raad te presenteren. Daarbij moest worden gekeken naar succesvolle voorbeelden uit andere regio’s. Zo werkt de gemeente Tilburg al met gedeelde batterijen op bedrijventerreinen, terwijl in de regio Arnhem-Nijmegen experimenten lopen met lokale energiegemeenschappen.
Sandifort benadrukte dat het probleem te groot was om te negeren: ‘We kunnen ons niet veroorloven om achterover te leunen tot 2032, wanneer TenneT zegt dat het netwerk pas echt wordt uitgebreid. Dan is het te laat. Ondernemers willen investeren, bouwen, verduurzamen, maar daarvoor moet de gemeente meebewegen en creatieve oplossingen durven toepassen’.
Met de motie “Doen wat nodig is tegen netcongestie” maakte de Zoetermeerse VVD duidelijk dat energiezekerheid niet alleen een technisch vraagstuk is, maar ook een bestuurlijke verantwoordelijkheid. Zoetermeer moest, aldus Sandifort, ‘een stad zijn die blijft draaien, juist als het spannend wordt’.