Op maandag 23 februari stond in de gemeenteraad van Zoetermeer het interpellatiedebat over het gedrag en functioneren van LHN-wethouder Ronald Weerwag op de agenda. Het agenderingsverzoek werd gesteund door tien fracties, waaronder de Zoetermeerse VVD. Fracties wilden verantwoording omdat er signalen waren over mogelijk intimiderend gedrag van de wethouder richting raadsleden, met name in een telefoongesprek kort nadat een VVD-raadslid steun had uitgesproken voor een agenderingsverzoek over het monumenten- en Post ’45-dossier. Daarnaast was er zorg over publieke uitlatingen van de wethouder waarin ambtelijke verantwoordelijkheid publiekelijk op de korrel werd genomen, wat volgens meerdere partijen de bestuurlijke verhoudingen en professionele veiligheid binnen de organisatie onder druk zette.
In zijn verklaring bij aanvang van de raadsvergadering erkende de wethouder dat hij zich ’te scherp‘ had uitgelaten en dat het anders had gemoeten, maar hij plaatste het voorval ook in bredere contexten van volgens hem niet nagekomen afspraken, vermeend meeluisteren van meerdere raadsleden en ingediende integriteitsklachten zonder voorafgaand volledig hoor en wederhoor. Dit was voor hem aanleiding per onmiddellijk het wethouderschap neer te leggen en de vergadering te verlaten.
Namens de Zoetermeerse VVD nam raadslid Jeffrey van Gils uitvoerig en scherp het woord. Hij begon met een kritische notering: ‘De wethouder, voormalig wethouder, dient zojuist zijn ontslag in met een verklaring die meer lijkt op een campagnepraatje dan op een erkenning van zijn foute handelen’. Daarmee zette Van Gils de toon van zijn betoog: hier stond niet alleen het vertrek van een bestuurder op het spel, maar de kernwaarden van bestuurlijke verantwoording en respect voor de raad. Volgens hem was het onacceptabel dat door het ontslag de raad niet de kans kreeg de wethouder inhoudelijk te bevragen over de gebeurtenissen en zijn handelen.
Van Gils onderstreepte dat de Zoetermeerse VVD met vragen en opmerkingen klaar had gestaan om de dialoog aan te gaan, juist om helder te krijgen wat er was gebeurd en hoe toekomstig gedrag zou worden aangepast. ‘Ik had een betoog voorbereid met vragen aan hem over hoe hij dacht verder te kunnen na zijn handelen’, zei hij, ‘om vragen aan hem te kunnen stellen en hem de kans te geven verantwoording af te leggen’. Door voortijdig te vertrekken, volgens Van Gils, ontliep de wethouder deze verantwoording en liet hij de raad in het ongewisse.
Een groot deel van Van Gils’ bijdrage ging over de verdediging van de betrokken fractieleden en het betoog dat er geen enkele stap in het dossier was gezet zonder dat de wethouder op de hoogte was of om input was gevraagd. ‘Er is geen stap gezet waar deze voormalig wethouder niet over is geïnformeerd’, stelde hij. Daarmee wilde hij onomstotelijk duidelijk maken dat er geen verborgen agenda’s of onbetrouwbaarheid aan de zijde van de raad bestonden zoals door de wethouder gesuggereerd. Juist het feit dat dat verwijt werd gemaakt in de ontslagverklaring, zag hij als onderdeel van het patroon van ontwijking van verantwoordelijkheid.
Ook het vermeende intimiderende telefoongesprek kreeg van Van Gils een concrete duiding. Volgens hem waren de toon en volume zodanig dat een vertrouwelijk gesprek ‘zelfs met oordoppen in goed te volgen’ was geweest en de benadering de grenzen van acceptabel bestuurlijk gedrag overschreed. Hij sprak van een ’tirade’ en een intimiderende benadering van een raadslid dat zorgvuldig en in overleg gebruikmaakte van raadsinstrumenten. Daarmee raakte de kwestie niet alleen de persoon van de wethouder, maar de grondslagen van het lokale bestuur waarin de raad een volwaardige controlerende rol vervult.
Van Gils was ook zeer kritisch over het excuus dat eerder was aangeboden. Hij sprak van een ‘nep excuus’ dat pas na herhaald aandringen in coalitieoverleg tot stand kwam en constateerde dat ook tijdens de raadsvergadering geen duidelijke erkenning van fout gedrag werd gegeven. Voor hem illustreerde dat dat de kwestie dieper ging dan een eenmalige misstap: het ging om cultuur en houding binnen het bestuur.
Hij sloot met een duidelijke koers: ‘Deze wethouder is nu weg. Wij gaan door met de inhoud’, zei Van Gils. De VVD richt zich op het afronden en herstellen van belangrijke dossiers en het herstellen van vertrouwen binnen het bestuur en richting de inwoners. Voor de Zoetermeerse VVD staat vast dat scherp debat bij de democratie hoort, maar dat de grenzen van respect en verantwoordelijkheid niet overschreden mogen worden.