Volgens recente berichtgeving bevinden de onderhandelingen tussen de Zoetermeerse VVD, D66, PRO en het CDA zich in de laatste fase en verwachten de betrokken partijen binnenkort een coalitieakkoord te kunnen presenteren. De aandacht zal daarbij ongetwijfeld vooral uitgaan naar de inhoud. Welke plannen zijn overeengekomen? Welke partij heeft herkenbare politieke resultaten weten binnen te halen? En waar zijn compromissen gesloten? Dat zijn begrijpelijke vragen. Toch is minstens zo interessant hoe zo’n akkoord tot stand is gekomen. Want juist in het proces van onderhandelen hoort niet alleen te worden gewerkt aan inhoudelijke afspraken, maar met name ook aan het vertrouwen dat nodig is om de komende vier jaar gezamenlijk verantwoordelijkheid te dragen.
Onderhandelen heeft naar mijn mening niet altijd een even positieve reputatie. Het roept beelden op van achterkamertjes, politieke koehandel en gesloten deuren. Tegelijkertijd is onderhandelen een onmisbaar onderdeel van iedere democratie. Zeker op lokaal niveau, waar geen enkele partij doorgaans groot genoeg is om alleen te besturen. In 1987 verscheen The Art of the Deal, het boek waarmee Donald Trump berucht maar ook wereldberoemd werd. De centrale gedachte is eenvoudig: succesvol onderhandelen draait om het kennen van je doelen, het beschermen van je belangen en het sluiten van een zo goed mogelijke deal.
Daar zit vind ik zonder twijfel een kern van waarheid in. Ook bij gemeentelijke coalitievorming is het verstandig om goed voorbereid aan tafel te verschijnen. Partijen moeten weten wat hun prioriteiten zijn, welke concessies mogelijk zijn en waar hun grenzen liggen. Maar daar houdt de vergelijking wat mij betreft ook op. Een gemeentelijk coalitieakkoord is namelijk geen vastgoedtransactie. Het gaat niet om een eenmalige deal, maar om een samenwerking die vier jaar moet standhouden. De partijen die straks een akkoord presenteren, zullen samen verantwoordelijkheid dragen voor besluiten die inwoners direct raken.
Juist daarom heeft het onderhandelingsproces voor een coalitieakkoord een functie die vaak wordt onderschat. Het gaat niet alleen om het verdelen van wensen, ambities en portefeuilles. Het is ook een investering in vertrouwen. Tijdens de onderhandelingen leren partijen elkaars prioriteiten kennen, ontdekken zij waar gevoeligheden liggen en ervaren zij hoe toekomstige coalitiegenoten omgaan met verschillen van inzicht en compromissen.
Dat vertrouwen is misschien wel het belangrijkste resultaat van een formatie. Een coalitieakkoord kan volgens mij immers nooit voorzien in alle situaties die zich in de komende vier jaar zullen voordoen. Op moeilijke momenten zijn het niet alleen de afspraken op papier die een coalitie overeind houden, maar vooral de onderlinge verhoudingen die tijdens de onderhandelingen zijn opgebouwd.
Succesvol onderhandelen in de lokale politiek draait daarom minder om winnen dan om vertrouwen. Minder om het maximaal benutten van macht dan om het leggen van een stevig fundament voor samenwerking. Minder om het binnenhalen van zoveel mogelijk partijpunten dan om het creëren van voldoende onderling begrip om samen bestuurlijke verantwoordelijkheid te kunnen dragen.
Misschien is de beste politieke deal daarom niet de deal waarbij één partij het meeste wint, maar de deal waarbij voldoende vertrouwen ontstaat om samen vier jaar lang in het belang van de stad te kunnen besturen. De toekomst zal het leren!
Deze column geeft de mening van Rob Duiven weer en niet het standpunt van de (fractie van de) Zoetermeerse VVD