Eerst meten, dan oordelen

Ruim driehonderd officiële waarschuwingen en boetes in drie maanden. Dat aantal, onlangs gemeld door het AD, klinkt indrukwekkend. De eerste kritiek liet dan ook niet lang op zich wachten: als nog zoveel mensen door de Zoetermeerse winkelstraten fietsen, werkt het verbod dan eigenlijk wel? Naar mijn mening wordt die conclusie veel te snel getrokken.

Het nieuwe beleid bestaat namelijk uit meer dan alleen een verbodsbord. Het uiteindelijke doel is immers niet zoveel mogelijk waarschuwingen en boetes uit te delen, maar de winkelstraten veiliger en prettiger te maken voor voetgangers. De gemeente combineert duidelijkere regels – ‘winkels open is lopen’ – met gedragsbeïnvloeding en extra handhaving. Dat laatste is belangrijk. Waar intensiever wordt gecontroleerd, worden vanzelfsprekend ook meer overtredingen geconstateerd. Een hoog aantal waarschuwingen en boetes kan dus juist betekenen dat de handhaving eindelijk zichtbaar van de grond komt.

Sterker nog: uit het memo van wethouder Jeffrey van Gils blijkt dat in de onderzochte periode vooral waarschuwingen zijn gegeven en dat het aantal constateringen in de loop van de tijd voorzichtig lijkt af te nemen. Ook blijken vooral gewone fietsers te worden aangesproken, en niet uitsluitend jongeren op fatbikes. Dat bewijst niet dat het probleem is opgelost. Het zijn volgens mij hooguit heel voorzichtige eerste aanwijzingen dat de norm bekender wordt en de naleving mogelijk verbetert.

Dat past bij wat uit onderzoek naar handhaving bekend is. Gedragsverandering kost tijd. Vooral de ervaren kans om te worden aangesproken of beboet beïnvloedt het gedrag; de hoogte van de boete is doorgaans minder bepalend. Duidelijke regels, zichtbare en consequente handhaving en een als redelijk ervaren uitvoering versterken elkaar. En natuurlijk hoort daar ook heldere en eenduidige communicatie bij. Juist op dat punt lijkt nog ruimte voor verbetering te bestaan.

Voor een definitiever oordeel zijn vergelijkbare tellingen nodig: hoeveel fietsers passeren, welk percentage overtreedt het verbod en hoe ontwikkelt dat zich bij een gelijkblijvende handhavingsinspanning? Die gegevens zijn er op dit moment nog niet.

Mijn voorlopige oordeel is daarom voorzichtig, maar positief. Er wordt zichtbaar gehandhaafd, overtreders worden aangesproken en de eerste ontwikkeling lijkt voorzichtig de goede kant op te gaan. Niet te vroeg juichen dus, maar evenmin het beleid na enkele weken al afschrijven. Eerst meten, dan weten. En in de Zoetermeerse winkelstraten voorlopig: eerst afstappen.

Deze column geeft de mening van Rob Duiven weer en niet het standpunt van de (fractie van de) Zoetermeerse VVD

Total
0
Shares
Geef een reactie
Related Posts