Tijdens mijn recente vakantie in Italië zag ik onder de eeuwenoude portici van Bologna een banner van Roberto Vannacci, voormalig generaal en voorman van de nieuwe partij Futuro Nazionale. Nationale Toekomst dus. Een naam die vooruitkijkt, terwijl een flink deel van de boodschap juist over het verleden gaat.
Vannacci en zijn partij leggen veel nadruk op nationale identiteit, tradities, christelijke wortels en de eigen Italiaanse cultuur. Daar heb ik op zichzelf niet zo veel moeite mee. Sterker nog, ik vind dat een samenleving iets kwijtraakt wanneer zij haar geschiedenis vergeet en tradities al te gemakkelijk afdoet als ouderwets. Maar ergens begint het bij mij te wringen. Dat is wanneer het verleden niet meer wordt gebruikt om van te leren, maar wanneer vroegere verhoudingen zelf weer het ideaal worden. Dan komt vanzelf de vraag op: over welk verleden hebben we het eigenlijk?
Ik moest daarbij denken aan de Franse filmkomedie C’était mieux demain, die ik eerder op de Filmbeurs in Den Bosch zag. De titel speelt met de bekende verzuchting c’était mieux avant: vroeger was alles beter. In de film komen Hélène, Michel en hun kinderen uit 1958 opeens terecht in 2025. Michel ziet vooral wat er verdwenen is. Zekerheden, gewoonten en verhoudingen die voor hem vanzelfsprekend waren, blijken niet meer vanzelfsprekend te zijn. Hélène kijkt heel anders naar die nieuwe wereld. Zij ontdekt juist vrijheden en mogelijkheden die er in haar eigen tijd nauwelijks waren. Wat Michel als verlies ervaart, betekent voor haar juist winst.
Dat vond ik misschien wel het aardigste aan de film. Vooruitgang en behoud hoeven geen tegenpolen te zijn. Sommige oude gebruiken verdienen het om te blijven. Andere niet. En iets nieuws is niet vanzelf goed alleen omdat het nieuw is.
Zelf hecht ik waarde aan tradities, gemeenschapszin, eigen verantwoordelijkheid en respect voor instituties. Dat zijn geen begrippen die je zomaar bij het grofvuil moet zetten omdat ze ouderwets zouden klinken. Tegelijkertijd zie ik weinig reden om maatschappelijke verhoudingen te behouden wanneer die mensen vooral in hun mogelijkheden beperken.
Misschien is progressief conservatisme daarvoor helemaal geen slechte term. Vooruitgaan, maar wel weten waar je vandaan komt. Veranderen wanneer iets aantoonbaar beter kan, en niet veranderen alleen omdat verandering nu eenmaal modern klinkt.
Nostalgie blijft daarbij verleidelijk. Achteraf lijkt het verleden vaak overzichtelijker en aangenamer dan het werkelijk was. Van de toekomst weten we nog niet wat zij brengt, en juist daardoor kan die ongemakkelijk voelen.
Voor mij zit verstandig bestuur ergens tussen die twee uitersten. Niet terug naar vroeger, maar ook niet alles wat oud is achteloos overboord zetten. Gebruik de lessen van gisteren om morgen beter te maken. Of, met nog een laatste knipoog naar de filmtitel: morgen wordt pas beter als we niet vergeten wat gisteren ons heeft geleerd.