Met z’n allen door de knieën

Soms schiet je ineens een zin van bijna vijftig jaar geleden te binnen. Wim Kan, oudejaarsavond 1976. Dries van Agt, toen voorman van het nieuwe CDA, had ferme woorden gesproken over het vasthouden aan het CDA-programma. Kan maakte ervan: ‘Hij maakt geen buiging naar links, hij maakt geen buiging naar rechts, hij gaat gewoon door de knieën.’

Ik moest eraan denken tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen van vorige week. Premier Rob Jetten werd gevraagd een keuze te maken: over links of over rechts? Vooralsnog wilde hij die keuze niet maken. Het kabinet wil brede steun zoeken voor zijn begroting. Je kunt dat misschien besluiteloos noemen, maar volgens mij raakt het aan een veel wezenlijker vraag dan met welke partijen straks afspraken over de begroting worden gemaakt. Zijn we elkaar in de landelijke politiek eigenlijk nog iets bereid te gunnen?

Nederland heeft een lange traditie van schikken en plooien. Partijen konden mijlenver uit elkaar staan en toch uiteindelijk rond dezelfde tafel terechtkomen. Niet omdat de verschillen er niet toe deden. Integendeel. Juist omdat ze er wél toe deden, moest er worden onderhandeld.

Bij een compromis haalde je iets binnen en moest je ook iets prijsgeven. De ander kreeg dus eveneens wat. Dat was niet automatisch verraad aan de eigen beginselen. Het hoorde bij een parlementaire democratie waarin niemand alleen de baas is en waarin je elkaar vroeg of laat weer nodig hebt.

Nu moeten we, vind ik, het verleden ook niet mooier maken dan het was. Ook vroeger werd er politiek stevig geknokt, gebotst en soms op de man gespeeld. De verzuiling kende scherpe grenzen en de jaren zeventig waren bepaald geen toonbeeld van politieke harmonie. Maar dwars door al die tegenstellingen heen bestond doorgaans wel het besef dat je uiteindelijk weer met elkaar verder moest. En juist dat lijkt helaas steeds minder vanzelfsprekend.

Gunnen wordt tegenwoordig al snel uitgelegd als verliezen. Een concessie als een knieval. Wie een politieke tegenstander een succesje toestaat, loopt het risico het verwijt te krijgen de eigen achterban te hebben verraden. Zo dreigt politiek een wedstrijd te worden waarin niet meer vooropstaat wat je samen kunt bereiken, maar vooral de vraag of de ander er misschien óók iets aan overhoudt. Daarmee gaat naar mijn mening iets kostbaars verloren.

Elkaar iets gunnen wil niet zeggen dat politieke verschillen moeten worden weggepoetst. Links hoeft geen rechts te worden en rechts geen links. Het betekent wél erkennen dat ook de ander kiezers vertegenwoordigt, belangen behartigt en zo nu en dan een redelijk punt heeft. Een overeenkomst kan alleen standhouden als alle betrokkenen er voldoende van zichzelf in terugzien.

En ja, daarvoor moet je soms een beetje buigen. Naar links én naar rechts. Niet uit zwakte, maar omdat politiek uiteindelijk ook de kunst van het vergelijk is. Want als niemand meer wil buigen en niemand de ander nog iets gunt, gaan we, met een knipoog naar Wim Kan, wellicht met z’n allen door de knieën.

Deze column geeft de mening van Rob Duiven weer en niet het standpunt van de (fractie van de) Zoetermeerse VVD

Total
0
Shares
Geef een reactie
Related Posts