Rob Duiven: de eerste keer …

Voor alle ‘laatste keren’ bij het beëindigen van het raadslidmaatschap horen natuurlijk de herinneringen aan de diverse ‘eerste keren’. Uit ‘de oude doos’ drie van mijn eerste keren in 2018.

Mijn maidenspeech was op 4 juni 2018 bij het Resultatendebat. Hierin keek ik terug op het jaar 2017 en hield ik het college én onszelf een spiegel voor: wat wilden we bereiken en wat hebben we daadwerkelijk gerealiseerd? Ik stelde vast dat Zoetermeer op het gebied van veiligheid duidelijke vooruitgang heeft geboekt. De criminaliteit daalde, bewonersparticipatie nam toe en de inzet op handhaving wierp zijn vruchten af. Tegelijkertijd gaf ik aan dat we er nog niet zijn. Verkeersveiligheid, woonoverlast en het gevoel van veiligheid verdienden blijvende aandacht. Economisch was er groei, maar die bleef achter bij de ambities, net als de ontwikkeling van werkgelegenheid en het ondernemersklimaat. In het sociaal domein was meer inzicht en grip nodig, met name bij jeugdzorg en schuldhulpverlening. De stad vernieuwde zichtbaar en werd aantrekkelijker, maar de woningmarkt vroeg ook toen al om betere doorstroming. Mijn conclusie was helder: er was veel bereikt, maar de opgave voor de komende jaren bleef groot.

Mijn eerste schriftelijke vragen gingen op 15 juni 2018 over waar de betere mobiele ontvangst in Oosterheem en Noordhove bleef. Ik stelde het college drie gerichte vragen. Allereerst vroeg ik of het college erkende dat het te lang duurde voordat providers dit probleem oplosten. Vervolgens wilde ik weten wanneer inwoners eindelijk konden rekenen op een goed bereik. Tot slot vroeg ik of de gemeente bereid was actief mee te werken aan oplossingen, bijvoorbeeld door het faciliteren van zendmasten. De antwoorden van het college waren op hoofdlijnen bevestigend: men deelde de urgentie, zou navraag doen bij de providers en bleef bereid om binnen de regels te faciliteren. Tegelijkertijd bleek uit de toelichting dat er wel stappen werden gezet, maar dat concrete verbetering nog tijd kostte. Voor mij onderstreepte dit dat blijvende druk nodig was om daadwerkelijk resultaat te boeken.

Tot slot mijn eerste voorjaarsdebat op 18 juni 2018. Hierin zette ik de toon met het uitgangspunt dat het geheel meer was dan de som der delen: echte resultaten vroegen om samenhang en samenwerking. Ik benadrukte het belang van een wijkgerichte aanpak, waarin concrete problemen samen met bewoners werden aangepakt, zodat Zoetermeer een prettige woonstad bleef. Daarnaast legde ik de nadruk op samenwerking rond duurzaamheid, innovatie en bereikbaarheid. Ik pleitte voor ruimte voor nieuwe technologieën, versterking van mobiliteit -van fiets tot OV en auto- en blijvende investeringen in infrastructuur. In het sociaal domein vroeg ik nadrukkelijk om meer inzicht in de effectiviteit van beleid, met name bij armoedebestrijding en jeugdzorg, zodat middelen doelgericht werden ingezet. Ik koos er bewust voor om -tegen de toen en nog steeds geldende mores in om het debat te overladen met moties- geen moties in te dienen, maar scherpe vragen te stellen. Het college moest eerst de ruimte krijgen om plannen uit te werken, terwijl wij als raad kritisch bleven volgen.

Met de insteek van het voorjaarsdebat op 18 juni 2018 (‘het geheel is meer is dan de som der delen’) is met mijn laatste column (‘meer dan de som der delen’) van 24 februari 2026 de cirkel rond. Wat begon als een overtuiging, bleek in de praktijk vooral een voortdurende zoektocht naar samenhang, naar het verbinden van belangen en het in het belang van de stad en zijn inwoners maken van goed afgewogen keuzes die verder kijken dan het eigen gelijk. Want uiteindelijk gaat het daar in de politiek om. Of, zoals John F. Kennedy het bij zijn aantreden verwoordde: ‘Let us not seek the Republican answer or the Democratic answer, but the right answer’.

Total
0
Shares
Related Posts