Politiek krediet is geen blanco cheque

Maandagmiddag 24 november, informeerde wethouder Wim Blansjaar middels een brief de Zoetermeerse gemeenteraad dat hij per direct zijn functie als wethouder zou neerleggen. Hij gaf in zijn brief aan dat hem de afgelopen tijd duidelijk was geworden dat het vertrouwen in zijn functioneren als wethouder onvoldoende is. Dit vertrek en met name de reden daarvoor, maakt zichtbaar werd hoe kwetsbaar iets is wat je niet ziet en toch alles bepaalt: politiek krediet.

Politiek krediet lijkt soms op een abstract begrip, iets voor commentatoren en wetenschappers. In werkelijkheid is het heel concreet. Het is de optelsom van vertrouwen, reputatie en het beeld dat inwoners, collega-bestuurders en raadsleden van je hebben. In Den Haag vertaalt dat zich in de vraag of een minister nog ‘door kan’ na een stevig debat. In de gemeenteraad van Zoetermeer gaat het om precies hetzelfde, maar dan dichterbij huis. Hier sta je niet op afstand in een glazen toren, maar kom je dezelfde mensen tegen in de supermarkt of bij de voetbalclub.

Krediet bouw je langzaam op. Door te doen wat je zegt, duidelijk te zijn als het tegenzit, fouten te erkennen zonder omwegen, en door bereid te zijn verantwoording af te leggen, ook als dat ongemakkelijk is. Op het moment dat het begrip ‘politiek krediet’ ter sprake komt, is dat meestal al een signaal dat er meer aan de hand is. Niemand begint een debat met de vraag of het vertrouwen nog op orde is als er geen aanleiding is om dat te betwijfelen. Het interpellatiedebat is dan het aangewezen instrument om dit expliciet en gecontroleerd op tafel te leggen. Het is het moment waarop (tussentijds) het saldo wordt opgemaakt.

In de nationale politiek hebben we de afgelopen jaren gezien hoe snel dat saldo kan omslaan. Een reeks dossiers, een opeenstapeling van kleine en grote missers, een dossier dat maar niet op orde komt en ineens is er geen draagvlak meer. Dan blijkt politiek krediet geen onuitputtelijke rekening, maar eerder een kwetsbare spaarpot. Op lokaal niveau werkt het niet anders. Juist hier, waar lijnen kort zijn en dossiers direct voelbaar zijn in de straat, is geloofwaardigheid misschien wel belangrijker dan in Den Haag.

Daar hoort ook bij dat wij als raadsleden zuinig omgaan met het vertrouwen dat wij zelf krijgen. Politiek krediet vraagt om maatvoering: stevige controle waar dat nodig is, maar ook erkenning als er stappen worden gezet en resultaten worden geboekt.

Het vertrek van een wethouder is nooit iets om lichtzinnig over te doen. Achter een naam en een portefeuille zitten jaren van inzet, betrokkenheid bij het wel en wee van de stad, ambities en ook missers. Maar het hoort ook bij de nuchtere werkelijkheid van ons bestel: politieke verantwoordelijkheid is geen titel voor het leven. Een bestuurder dient het vertrouwen van raad en stad te behouden, niet alleen op de dag van benoeming, maar op elke raadsavond daarna.

Voor mij blijft één principe leidend: inwoners hebben recht op bestuurders die aanspreekbaar zijn, hun fouten niet verbloemen en zich realiseren dat politiek krediet elke dag opnieuw verdiend moet worden. Vertrouwen is geen blanco cheque, maar een afspraak tussen stad, raad en bestuur. Aan ons allemaal de taak om daar zorgvuldig mee om te gaan.

Deze column geeft de mening van Rob Duiven weer en niet het standpunt van de (fractie van de) Zoetermeerse VVD

Total
0
Shares
Related Posts