‘Domme vragen bestaan niet, alleen domme antwoorden’, zo luidt de uitdrukking. Een geruststellende gedachte voor iedereen die weleens aarzelend zijn hand opsteekt. Maar misschien verdient die wijsheid een aanvulling: ‘domme vragen bestaan niet, vermijdbare vragen wel’.
Dat bedacht ik bij het lezen van de reactie van het college op een motie uit 2025 over bomenoverlast. Vallende vruchten, stank en plakkerige afscheiding kunnen behoorlijk vervelend zijn. De indieners wilden daarom een proef met injecties die de vruchtvorming zouden onderdrukken.
De motie vermeldde nadrukkelijk dat dergelijke technieken in Utrecht en Amsterdam al succesvol waren toegepast. Dat geeft een voorstel overtuigingskracht. Waarom zouden wij het wiel opnieuw uitvinden als elders de oplossing al aan de boom hangt?
Alleen bleken die ervaringen bij navraag niet bekend. Volgens het memo van het college weten beide gemeenten niets van de bedoelde hormooninjecties. Bovendien is de voorgestelde toepassing volgens het college wettelijk niet toegestaan. De proef gaat daarom niet door.
Vragen stellen en moties indienen horen bij het politieke handwerk. Raadsleden moeten kunnen doorvragen, voorstellen doen en het college achter de broek zitten. Zo geven zij invulling aan hun kaderstellende en controlerende taak. Van mij hoor je daarom niet snel dat zij ‘overbodige vragen’ stellen. Ook een ongemakkelijke vraag verdient een behoorlijk antwoord.
Maar wie feiten aandraagt om een voorstel kracht bij te zetten, moet die wel controleren. Succesvolle ervaringen elders zijn geen vrijblijvende versiering van een motie. Ze moeten aantonen dat een voorstel uitvoerbaar is. Dan mag worden verwacht dat de indieners weten waar, wanneer en met welk resultaat die ervaringen zijn opgedaan. Een telefoontje had wellicht volstaan.
Hemelschokkend is deze kwestie niet. Raadsleden kunnen zich vergissen en goede bedoelingen bieden geen garantie voor een bruikbaar voorstel. Maar ambtenaren hebben nu wel moeten uitzoeken wat de indieners vooraf hadden kunnen nagaan. Dat kost tijd en daarmee gemeenschapsgeld.
Juist een raad die het college aanspreekt op zorgvuldigheid, uitgaven en ambtelijke capaciteit, moet zijn eigen huiswerk op orde hebben. Het recht om vragen te stellen en voorstellen te doen ontslaat niemand van de plicht eerst zelf na te denken en feiten te controleren. Wie het college scherp wil houden, moet zelf ook bij de les zijn.
Deze column geeft de mening van Rob Duiven weer en niet het standpunt van de (fractie van de) Zoetermeerse VVD