Party hopping

Er bestaat een categorie politici voor wie een politieke partij niet meer is dan een soort politiek vervoermiddel. Vrijwel iedere bestuursperiode zijn er voorbeelden van politici die kort voor of zelfs kort na verkiezingen onder een andere politieke vlag gaan varen. Zolang de reis naar de raadzaal, de wethouderskamer of het parlement voortduurt, blijven zij zitten. Maar zodra dat perspectief vervaagt, stappen zij over. Ik vind dit ‘party hoppen’ een vorm van politiek opportunisme dat slecht is voor het aanzien en vertrouwen van burgers in de politiek.

Natuurlijk kan een volksvertegenwoordiger tot de eerlijke conclusie komen dat zijn partij fundamenteel is afgeweken van haar beginselen. Soms is opstappen juist een kwestie van karakter. Ook kan iemand uit een fractie worden gezet omdat een inhoudelijk conflict onoverbrugbaar is geworden of omdat hij weigert zijn geweten ondergeschikt te maken aan de fractiediscipline. De grondwet beschermt niet voor niets het vrije mandaat. Volksvertegenwoordigers stemmen zonder last en hebben een persoonlijk mandaat. Een partij kan een raadslid of kamerlid daarom niet dwingen zijn zetel op te geven.

Maar dat staatsrechtelijke recht is wat mij betreft nog geen morele politieke vrijbrief. De meeste kiezers stemmen immers niet alleen op een persoon. Zij kiezen ook voor een partij, een programma, een lijsttrekker en een herkenbare politieke koers. De zetels worden eerst over de kandidatenlijsten verdeeld en vervolgens aan kandidaten toegewezen. Wie dankzij zo’n lijst wordt gekozen, heeft daarom niet alleen een persoonlijk mandaat, maar ook een politieke ereschuld aan de kiezers die die partij aan haar zetels hebben geholpen.

Precies daar wringt het wat mij betreft. Vandaag liberaal, morgen lokaal, overmorgen onafhankelijk en vlak vóór de verkiezingen weer onder een andere vlag. De argumenten veranderen ogenschijnlijk moeiteloos mee. Eerst is er een gewetensconflict, daarna een verschil van inzicht en uiteindelijk de wens om ‘de inwoners te blijven dienen’. Opvallend vaak valt die roeping samen met het vooruitzicht op of het behoud van een verkiesbare plaats of een vertegenwoordigende of bestuurlijke functie.

Niet alles wat juridisch mag, is ook politiek geloofwaardig. Wie één keer uit overtuiging breekt, verdient een eerlijk gehoor. Maar wie steeds opnieuw van vaandel wisselt zodra de eigen positie wordt bedreigd, maakt van politieke beginselen handbagage. Daarmee wordt niet alleen de geloofwaardigheid van die politicus aangetast, maar uiteindelijk ook het vertrouwen van burgers in de politiek en politici.

Deze column geeft de mening van Rob Duiven weer en niet het standpunt van de (fractie van de) Zoetermeerse VVD

Total
0
Shares
Related Posts