De dreigende verbanning van de Zoetermeer Panters uit het SilverDome maakte eind vorige maand politiek én sportminnend Zoetermeer wakker. Nadat de exploitant bekendmaakte geen ruimte meer te kunnen bieden aan het eredivisieteam, riepen verschillende politieke partijen de gemeente op te bezien of zij een bemiddelende rol kon spelen om het eredivisie-ijshockey voor de stad te behouden.
Inmiddels hebben de Panters en het SilverDome alsnog overeenstemming bereikt. Het team kan komend seizoen in Zoetermeer blijven spelen. Daarmee is de acute dreiging voorlopig geweken. Maar de politieke reacties roepen een bredere vraag op. Was hier sprake van cliëntelisme, waarbij politici zich inzetten voor de belangen van één organisatie? Of was dit juist een geoorloofde vorm van ombudspolitiek?
Het antwoord hangt vooral af van wat de politiek precies doet. Raadsleden zijn er niet alleen om dikke beleidsstukken te lezen en algemene beschouwingen te houden. Zij vertegenwoordigen inwoners en maatschappelijke organisaties. Wanneer een vereniging met veel leden, vrijwilligers en jeugdspelers plotseling in de problemen komt, mogen politici vragen stellen. Zij mogen partijen om tafel proberen te krijgen, aandacht vragen voor de maatschappelijke gevolgen en onderzoeken of gemeentelijk beleid of eerdere afspraken een rol spelen. Dat is volgens mij geen cliëntelisme maar een normale invulling van de volksvertegenwoordigende rol.
De grens komt volgens mij pas in zicht wanneer politieke aandacht omslaat in politieke bevoordeling. De politiek kan en mag niet eenvoudigweg bepalen dat de Panters ijstijd moeten krijgen, ongeacht de kosten, contracten en belangen van andere gebruikers. Evenmin mag de gemeente zonder een deugdelijke afweging financieel bijspringen omdat een populaire vereniging veel politieke druk weet te organiseren.
Toelaatbare ombudspolitiek betekent daarom niet dat een raadslid vooraf de gewenste uitkomst voorschrijft of afdwingt. Het betekent wel dat de politiek ervoor zorgt dat een serieus maatschappelijk probleem niet tussen loketten, contracten en begrotingen vermalen raakt.
De politiek mag deuren openen, maar niet bepalen wie er als eerste doorheen mag. Wie uiteindelijk hoeveel uren ijs krijgt, moet berusten op transparante afspraken en een eerlijke afweging. Anders verandert ombudspolitiek alsnog in vriendjespolitiek.
Deze column geeft de mening van Rob Duiven weer en niet het standpunt van de (fractie van de) Zoetermeerse VVD