Jaaroverzicht fractie Zoetermeerse VVD 2025

2025: verantwoord kiezen, concreet leveren

2025 liet in Zoetermeer een VVD-fractie zien die vasthoudt aan de degelijke liberale lijn: vrijheid en ruimte voor initiatief waar het kan, bescherming en handhaving waar het moet, en altijd met de portemonnee van inwoners in het vizier. Vanaf het begin van het jaar werd ingezet op beleid dat werkt in de praktijk. In het sociaal domein steunde de VVD een Wmo-aanpak die zelfstandigheid versterkt, maar ook houdbaar blijft. Tegelijk werd het veiligheidsbeleid concreter gemaakt door sturen op meetbare effecten, zodat de gemeente niet blijft hangen in goede bedoelingen.

Naarmate het ‘ravijnjaar’ 2026 dichterbij kwam, verscherpte de Zoetermeerse VVD de financiële koers: eerst keuzes en efficiency, niet automatisch de lasten omhoog. Die insteek liep als rode draad door het jaar, óók bij jeugdzorg, waar de fractie verbeteringen steunde maar nadrukkelijk bleef sturen op grip op instroom, kosten en resultaten.

Op wonen en ruimtelijke ontwikkeling drukte de Zoetermeerse VVD een zichtbaar stempel. De fractie zette door op ruimte voor ontwikkeling van woningen op logische plekken, zoals Voorweg-Centrum, en bewaakte dat grote visies geen keurslijf worden. In de Ruimtelijke Strategie 2040 werd ruimte voor maatwerk verankerd. In de binnenstad werd, met VVD-inbreng, aandacht vastgelegd voor uitstraling en verlichting, zodat het Stadshart ook ’s avonds aantrekkelijker en veiliger aanvoelt.

In de openbare ruimte koos de Zoetermeerse VVD voor praktische verbeteringen die inwoners direct merken, zoals: eenvoudiger stoepladen en toekomstgericht meedenken bij straatwerk, minder hinder van graafwerk, vergroening van een belangrijke entree, en een aanpak van verkeers- en fietsveiligheid met extra zichtbare handhaving. Ook bij duurzaamheid bleef de Zoetermeerse VVD nuchter: circulariteit stimuleren, maar niet ten koste van bouwtempo en betaalbaarheid.

Tegelijk bleef de fractie waakzaam op basisvoorzieningen en leefbaarheid. Van kritische vragen over regionale plannen van Den Haag tot verantwoordelijkheid nemen bij problemen in gemeentelijke gebouwen, van blijvende aandacht voor huiselijk geweld tot voortgang bij school- en sportvoorzieningen ondanks netcongestie. En na een referendum en burgerberaad bracht de Zoetermeerse VVD rust terug in het afvaldossier met een plan dat overzichtelijk en betaalbaar moet blijven. Zo werd 2025 vooral een jaar van: plannen maken die uitvoerbaar zijn, en resultaten die zichtbaar worden in de stad.

Januari – Menselijk waar het moet, meetbaar waar het kan

Het politieke jaar begon in een herkenbare Zoetermeerse traditie: elkaar ontmoeten, terugblikken met nuchterheid en vooruitkijken met een scherp oog voor wat er echt op de stad afkomt. Tijdens de nieuwjaarsbijeenkomst op 10 januari in restaurant 1892 Eten & Drinken werd niet alleen stilgestaan bij 2024, maar vooral bij de dossiers die in 2025 om politieke scherpte, realistische keuzes en bestuurlijke discipline zouden vragen. Die toon zette meteen de stijl neer die de VVD-fractie het hele jaar zou blijven vasthouden: degelijke lokale liberale politiek waarin woorden en daden elkaar niet tegenspreken, waarin beleid niet alleen ‘goed klinkt’, maar ook uitvoerbaar en betaalbaar moet blijven.

Die benadering werd in januari direct zichtbaar in de besluitvorming rond de Wet maatschappelijke ondersteuning. In de discussie over huishoudelijke ondersteuning steunde de Zoetermeerse VVD de nieuwe opzet waarin nadrukkelijker wordt gekeken naar wat inwoners zelf of met hun netwerk (weer) kunnen. Niet als koud principe, maar juist vanuit een klassieke overtuiging dat zelfstandigheid een waarde op zichzelf is: ondersteuning waar nodig, maar geen systeem dat mensen onbedoeld afhankelijk maakt. Tegelijk bleef de kern overeind dat langdurige hulp beschikbaar moet blijven voor inwoners die daarop zijn aangewezen. De Zoetermeerse VVD verbond die keuze expliciet aan houdbaarheid: goede zorg moet menselijk zijn, maar ook toekomstbestendig, zeker nu gemeenten steeds meer taken dragen terwijl de druk op het sociaal domein structureel hoog blijft.

Ook op veiligheid wist de fractie in januari een tastbaar resultaat te boeken door aan te dringen op effectindicatoren die zichtbaar maken wat veiligheidsbeleid daadwerkelijk oplevert. Daarmee werd een oud manco gerepareerd: te vaak blijft veiligheid steken in algemene doelen, terwijl bewoners vooral willen weten of maatregelen effect hebben op straat, in wijken en rond voorzieningen. Door te sturen op meetbare resultaten kan de gemeente beter volgen waar interventies werken en waar bijsturing nodig is. Het past bij de lijn die later in het jaar vaker terugkomt, bijvoorbeeld bij sportbeleid en handhaving: beleid moet toetsbaar zijn, anders wordt het al snel een verzameling goede bedoelingen zonder grip.

De langlopende aanpak van Meerzicht vormde het derde zwaartepunt van januari. Met de vaststelling van “Meer voor Meerzicht 2035” kreeg de wijk eindelijk een samenhangend en actiegericht ontwikkelperspectief. De VVD-fractie legde daarbij steeds de nadruk op zichtbare resultaten voor bewoners: plannen moeten niet eindeloos blijven zweven in visies, maar moeten leiden tot concrete verbeteringen in wonen, veiligheid en leefomgeving. De gekozen aanpak met deelgebieden en gerichte maatregelen sloot aan op die inzet. Belangrijk was ook de aandacht voor doorstroming en passende woonvormen, onderstreept door de motie om de mogelijkheden voor seniorenhuisvesting in Bossenwaard te onderzoeken. Niet als los project, maar als onderdeel van een bredere gedachte: als ouderen passend kunnen verhuizen, ontstaat ruimte in de woningmarkt en neemt de druk op gezinnen en starters af.

Die woninglijn werd in januari doorgetrokken bij Roggeakker. De Zoetermeerse VVD steunde het planuitwerkingskader en de grondexploitatie, juist omdat woningbouw in tijden van aanhoudende schaarste niet optioneel is. De herontwikkeling met nieuwe sociale huurwoningen voor verschillende doelgroepen en levensfasen draagt bij aan zowel de kwaliteit van de voorraad als de leefbaarheid van de omgeving. Daarmee werd concreet invulling gegeven aan de ambitie uit het verkiezingsprogramma 2022–2026 om jaarlijks substantieel woningen toe te voegen. Januari zette zo de basis: zorg die houdbaar blijft, veiligheid die meetbaar wordt en woningbouw die vooruitgaat. Een traditionele, verstandige start van het jaar: eerst de fundamenten op orde, daarna pas groter bouwen.

Februari – Voorbereiden op het ravijn, zonder lastenreflex

Februari stond in Zoetermeer nadrukkelijk in het teken van voorbereiding op moeilijke, maar onvermijdelijke keuzes. Landelijk werd het ‘ravijnjaar’ 2026 steeds concreter: gemeenten krijgen te maken met een forse terugval van het gemeentefonds, terwijl taken en verwachtingen niet dalen. De waarschuwingen vanuit de VNG maakten duidelijk dat het niet gaat om kleine correcties, maar om bedragen die gemeenten dwingen tot scherpe prioritering. Tegen die achtergrond koos de VVD-fractie voor een herkenbare lijn die door het hele jaar heen terugkomt: de begroting op orde brengen zonder automatisch de rekening bij inwoners neer te leggen.

In commissie en raad werd die boodschap stevig neergezet. De Zoetermeerse VVD maakte van financiële discipline geen abstract ideaal, maar een praktische toetssteen: wat betekenen maatregelen voor hardwerkende Zoetermeerders, voor veiligheid in wijken en voor het lokale ondernemersklimaat? Die benadering is bewust traditioneel in de zin dat zij uitgaat van een betrouwbare overheid die doet wat nodig is, maar niet meer dan dat, en die eerst kritisch naar eigen uitgaven kijkt voordat zij de lasten verhoogt. Het verkiezingsprogramma 2022–2026 vormt daarbij een duidelijke ruggensteun: betaalbaarheid, efficiëntie en een overheid die keuzes durft te maken.

In het sociaal domein kwam die financiële scherpte direct terug bij jeugdzorg. De raad had eerder besloten de toegang tot jeugdhulp via lokale buurtteams te organiseren; in februari lag de vraag voor hoe die teams het best konden worden ingericht. De Zoetermeerse VVD stemde in met interne inbedding omdat dat samenhang en sturing kan versterken, maar plaatste tegelijk het klassieke waarschuwingsbord dat later in het jaar opnieuw relevant blijkt: reorganisaties beloven vaak verbetering, maar kunnen ook kosten opdrijven als de randvoorwaarden niet strak zijn. Ambities mogen niet automatisch betekenen dat uitgaven meestijgen. Ook regionaal hield de fractie de vinger aan de pols bij het uitvoeringsplan voor de regiovisie jeugdhulp: de richting kan kloppen, maar zonder voldoende capaciteit voor kostenbeheersing en monitoring wordt houdbaarheid een loze belofte.

Een ander dossier raakte de kern van lokale democratie. De Zoetermeerse VVD is van oudsher kritisch op referenda als instrument, juist omdat ingewikkelde afwegingen zelden passen in een simpel ja/nee-kader. Maar de fractie koos in februari voor een praktische benadering: áls Zoetermeer een referendumverordening heeft, dan moet die helder en uitvoerbaar zijn. Dat is extra relevant in een stad waar het afvalreferendum van 2022 doorwerkte in politiek en samenleving. De rekenkamer had het instrument geëvalueerd en aanbevelingen gedaan; mede door brede kritiek besloot het college het voorstel terug te nemen voor aanpassing en betere toelichting. Daarmee werd een belangrijk VVD-principe zichtbaar: liever een regeling die klopt en standhoudt, dan een snelle tekst die later problemen oplevert.

Tegelijk bleef de VVD zichtbaar buiten het stadhuis. Op Valentijnsdag werd bij Centrum-West het gesprek gezocht met reizigers over wensen en zorgen in straat en wijk. Dat is politiek in de oude, degelijke betekenis: niet alleen zenden vanuit vergaderstukken, maar luisteren in de stad en de signalen meenemen in keuzes. Het versterkt ook de legitimiteit van de financiële lijn: als je moeilijke besluiten moet uitleggen, helpt het als je weet wat inwoners echt belangrijk vinden.

Februari gaf bovendien een duidelijke culturele en stedelijke impuls. De fractie steunde het haalbaarheidsonderzoek naar de doorontwikkeling van poppodium De Boerderij, met aandacht voor slim ruimtegebruik en het voorkomen dat keuzes nu latere gebiedsontwikkeling blokkeren. Dat thema (zorgvuldig bouwen, met oog voor toekomst en samenhang) loopt later in het jaar door, onder meer bij Voorweg-Centrum en bij de nieuwbouwplannen rond De Boerderij in november en december. Dezelfde samenhang klinkt in het initiatief rond de stationsomgeving Voorweg: meer woningen, betere bereikbaarheid en een gebied dat ook ’s avonds veiliger en levendiger aanvoelt. Door hoogstedelijk te bouwen rond een OV-knoop wordt ruimte efficiënt benut en neemt sociale controle toe. Daarmee werd februari niet alleen de maand van financiële scherpte, maar ook van het neerzetten van een richting: bouwen en ontwikkelen, maar wel met grip, betaalbaarheid en een helder plan dat later uitvoerbaar blijft.

Maart – Bereikbaarheid en weerbaarheid in de praktijk

Maart liet zien hoe breed de VVD-fractie in Zoetermeer opereert: van stedelijke ontwikkeling tot alledaagse bereikbaarheid, en van financiële degelijkheid tot weerbaarheid bij verstoringen. De rode draad was verstandige bestuursstijl: eerst kijken naar effect en betaalbaarheid, dan besluiten nemen. Dat klinkt simpel, maar het is precies de klassieke benadering die veel inwoners verwachten: beleid dat niet begint bij idealen op papier, maar bij wat werkt in de praktijk.

De maand startte met een werkbezoek aan PingProperties over de transformatie van Stadshart Zoetermeer Daily Plaza. De Zoetermeerse VVD koos bewust voor kijken met eigen ogen in plaats van oordelen vanaf papier. Daily Plaza is gepositioneerd als overdekt boodschappencentrum met focus op dagelijkse voorzieningen, een formule die leegstand kan terugdringen en loopstromen kan versterken. Voor de VVD past dat in de inzet om winkelgebieden aantrekkelijk, veilig en economisch vitaal te houden, met een gemeente die ondersteunt en aanjaagt waar dat nodig is, maar niet alles dichtregelt. Het Stadshart moet een plek blijven waar mensen graag komen, ook omdat een sterk centrum bijdraagt aan de economische basis van de stad.

Die praktische benadering kwam ook terug in mobiliteit en openbare ruimte, met het thema stoepladen. De VVD benadrukte dat inwoners zonder eigen oprit niet onnodig beperkt moeten worden in thuis laden, zeker als zij eigen opgewekte stroom willen gebruiken. Tegelijk koppelde de fractie dit direct aan veiligheid en handhaafbaarheid: stoepen moeten toegankelijk blijven, en regels moeten duidelijk zijn. Het idee van werken met kabelmatten of vergelijkbare voorzieningen laat zien dat de Zoetermeerse VVD hier niet kiest voor vrijblijvendheid, maar voor een werkbare middenweg. Dit onderwerp zou later in het jaar terugkomen bij de actualisatie van de laadvisie, en vormt in maart al een duidelijke vooraankondiging: beleid moet rekening houden met hoe straten en stoepen écht gebruikt worden.

Bereikbaarheid kreeg in maart ook een ander accent met aandacht voor nachtelijk openbaar vervoer. Toen in Rotterdam plannen rond terugkeer van nachtbus-initiatieven weer concreter werden, zag de VVD kansen om Zoetermeer beter aan te sluiten. De inzet was helder: studenten en nachtwerkers moeten veilig en betaalbaar thuis kunnen komen. Het is een typisch voorbeeld van een onderwerp dat in eerste instantie misschien “klein” lijkt, maar in werkelijkheid raakt aan veiligheid, economie en sociale mobiliteit. Wie werkt in de avond of nacht, mag niet het gevoel hebben dat de stad ophoudt zodra de dienstregeling eindigt.

De tweede hoofdlijn van maart was financiële degelijkheid. In aanloop naar bezuinigingen hield de VVD vast aan het uitgangspunt: geen belastingverhoging voor inwoners en ondernemers, wel kritisch kijken naar uitgaven en stapeleffecten. De fractie maakte dit concreet door in het Stadshart het gesprek aan te gaan: waar mag de gemeente wel en niet op bezuinigen? Zo werd financiële verantwoordelijkheid gekoppeld aan betrokkenheid bij wat bewoners en ondernemers belangrijk vinden. Dat is een traditionele vorm van politiek bedrijven: niet alleen rekenen, maar ook uitleggen, luisteren en keuzes verankeren in draagvlak.

Veiligheid kreeg in maart bovendien een bredere betekenis. De VVD stelde vragen over de weerbaarheid van Zoetermeer bij rampen en verstoringen zoals langdurige stroomuitval of cyberincidenten. Dit sloot aan bij landelijke adviezen over zelfredzaamheid en raakte aan de realiteit van netcongestie, waar netbeheerders oproepen om piekbelasting te verminderen. De VVD maakte daarmee duidelijk dat veiligheid niet alleen gaat over handhaving op straat, maar ook over continuïteit van vitale systemen. Later in het jaar, bij netcongestie rond bouwprojecten, blijkt hoe actueel die vragen waren.

In de raadzaal boekte de VVD daarnaast zichtbare resultaten in dossiers die de stad op lange termijn vormen. Bij de Ruimtelijke Strategie Zoetermeer 2040 zette de fractie in op bereikbaarheid en realisme, met succesvolle amendementen tegen generieke snelheidsverlagingen. Het uitgangspunt was niet “tegen” verkeersveiligheid, maar vóór maatwerk: wat werkt waar, en wat is uitlegbaar en handhaafbaar? Ook bij de investeringsagenda sport combineerde de VVD steun voor noodzakelijke investeringen met stevige randvoorwaarden: geen vertraging van de sporthal en pas doorpakken op een schietaccommodatie als draagvlak en afspraken helder zijn. Ambitie is welkom, maar met grip op uitvoering en risico’s.

Het landelijk actiecomité Raden in Verzet liet zich in maart nadrukkelijk horen in het debat over gemeentelijke financiën. Voorzitter en Zoetermeers VVD-raadslid Rob Duiven sprak tijdens een VNG-bijeenkomst steun uit voor de voorgestelde marsroute van de VNG richting 14 april 2025, het moment waarop het kabinet duidelijkheid moet geven over de financiële verhoudingen tussen Rijk en gemeenten. Tijdens het congres ‘Voorbij het Ravijnjaar’ benadrukte Rob Duiven het budgetrecht van de gemeenteraad en waarschuwde hij voor de gevolgen van oplopende tekorten en toenemende rijkssturing. Raden in Verzet pleit voor gelijkwaardige verhoudingen, voldoende middelen en echte autonomie voor gemeenten.

Tot slot liet maart zien dat de VVD oog houdt voor initiatief uit de samenleving én voor eerlijk beleid. Een burgerinitiatief kreeg steun vanuit het principe van gelijke behandeling ten opzichte van andere initiatieven. En bij discussies over extra steun aan evenementen koos de VVD voor consistentie: geen uitzonderingen zonder brede afweging, juist om het speelveld eerlijk te houden. Maart was daarmee de maand waarin de VVD de brug sloeg tussen dagelijkse praktijk en grote lijnen: praktisch in de straat, weerbaar in systemen, nuchter in financiën en consistent in bestuur.

April – Innovatie laten landen, zonder de stad vast te zetten

April stond voor de VVD-fractie in het teken van vooruitgang die niet losgezongen raakt van randvoorwaarden. In een maand waarin economische kansen en financiële risico’s tegelijk zichtbaar werden, liet de fractie zien waar zij traditioneel voor staat: ruimte geven aan ontwikkeling, maar met oog voor bereikbaarheid, veiligheid en betaalbaarheid. Niet alles kan tegelijk, en juist daarom moet je keuzes maken die ook over een paar jaar nog houdbaar zijn.

Een belangrijk moment was de vestiging van TNO op de Dutch Tech Campus, met het Bio-based Building Material Lab. De VVD verbond dit aan de langdurige inzet op een aantrekkelijk vestigingsklimaat: bereikbaarheid, ruimte voor innovatie en samenwerking tussen kennisinstellingen en bedrijven. Zulke ontwikkelingen zijn geen toevalstreffers; ze zijn het resultaat van beleid dat consistent kiest voor economische vitaliteit. Voor Zoetermeer betekent dit niet alleen prestige, maar ook kansen voor werkgelegenheid, kennisontwikkeling en het profiel van de stad als moderne plek voor ondernemerschap. Tegelijk bleef de Zoetermeerse VVD realistisch: innovatie is prachtig, maar vraagt ook om een gemeente die betrouwbaar is, vergunningen en infrastructuur op orde heeft en niet verzandt in bureaucratie.

Die toekomstgerichtheid kwam terug in de Mobiliteitsstrategie Binnenstad Zoetermeer 2040. De VVD steunde de strategie omdat zij nodig is om woningbouw en economische ontwikkeling mogelijk te maken zonder bereikbaarheid uit het oog te verliezen. Door groei zoveel mogelijk op te vangen met lopen, fietsen en openbaar vervoer blijft ruimte beschikbaar voor circa 3.000 nieuwe woningen. De Zoetermeerse VVD legde daarbij nadruk op concreetheid: plannen moeten niet alleen richting geven, maar ook merkbare verbeteringen opleveren. Daarom werden moties aangenomen die de strategie praktisch sterker maken, bijvoorbeeld door koppelingen te leggen tussen OV en binnenstadbezoek en door te sturen op betere fiets- en tramvoorzieningen. In deze maand werd duidelijk hoe de VVD een klassiek spanningsveld benadert: je kunt verdichten en vernieuwen, maar dan moet de bereikbaarheid het ook aankunnen.

Tegelijkertijd bleef de fractie koersvast in het financiële debat. In april lag de vraag voor hoe Zoetermeer zich voorbereidt op forse bezuinigingen vanaf 2026, mogelijk oplopend tot ruim 31 miljoen euro. De VVD hield vast aan haar uitgangspunten: geen belastingverhoging als reflex, veiligheid voorop, ondernemers niet onnodig belasten. Dat leidde ertoe dat een voorstel om een OZB-verhoging expliciet als scenario op te nemen geen steun kreeg. De boodschap was helder: lastenverzwaring mag nooit een gemakzuchtige knop zijn. Eerst moet de gemeente kijken naar effectiviteit van uitgaven, naar stapelingen van projecten en naar keuzes die je kunt uitstellen of slimmer kunt doen. Het is de bestuursstijl die in februari al werd ingezet en die in het najaar in het begrotingsdebat opnieuw terugkomt.

Veiligheid kreeg in april een bredere invulling, met aandacht voor natuurbrandpreventie. Droogte en hitte zijn ook in Zoetermeer risico’s die je niet moet onderschatten, zeker in periodes waarin weerpatronen extremer kunnen zijn. De VVD stelde hierover vragen en kreeg vervolg in de beantwoording van eerdere vragen over rampen en calamiteiten. Het college onderschreef dat risicocommunicatie en voorbereiding essentieel zijn en gaf aan samen met de Veiligheidsregio Haaglanden te werken aan het vergroten van de weerbaarheid. Daarmee werd een lijn versterkt die in maart werd ingezet: veiligheid is niet alleen handhaving, maar ook voorbereiding op verstoringen.

Ook elektrisch laden bleef een thema. Het college gaf aan op meerdere punten de liberale lijn te delen: een dekkend netwerk van laadpalen moet stimuleren, niet dwingen, en inwoners moeten ruimte krijgen voor eigen oplossingen waar dat veilig kan. Daarmee werd een fundament gelegd voor de discussies later in het jaar over stoepladen en vergunningdrempels. De VVD maakte duidelijk dat de energietransitie niet moet leiden tot onwerkbare regels voor gewone bewoners. Als je wilt dat mensen meedoen, moet het praktisch zijn.

Tot slot liet de VVD in april haar zorg horen over landelijke maatregelen zoals huurbevriezing. Hoewel sympathiek voor zittende huurders, kan het de investeringsruimte van woningcorporaties ondermijnen en woningbouw afremmen. In een stad met ambitieuze afspraken over duizenden nieuwe woningen is dat een reëel risico. Daarom benadrukte de VVD opnieuw: bouwen blijft prioriteit nummer één. Alleen door voldoende woningen toe te voegen, in alle segmenten, blijft Zoetermeer betaalbaar en leefbaar. April werd zo de maand waarin groei en verstand samenkwamen: ambitie is goed, maar alleen als de basis – financiën, bereikbaarheid en veiligheid – niet wordt vergeten.

De Zoetermeerse VVD was in april 2025 geschrokken van een brandbrief van voetbalclub DWO aan het college en de gemeenteraad. In de brief uitte de club zorgen over een slepende energie-eindafrekening en sterk gestegen servicekosten. Naar aanleiding hiervan stelden meerdere fracties gezamenlijk mondelinge vragen aan LHN-wethouder Weerwag. VVD-raadslid Berend Aptroot vroeg of het college bekend was met de noodkreet en welke stappen volgen. De wethouder gaf toen aan eerst in gesprek met DWO te willen en later met met een inhoudelijke terug te komen.

Mei – Jeugdhulp scherper, regels robuuster, geldstromen in beeld

Mei liet zien dat de VVD-fractie in Zoetermeer een klassieke balans zoekt tussen menselijke maat en bestuurlijke houdbaarheid. Het sociaal domein vraagt om zorgvuldigheid en compassie, maar ook om heldere regels, beheersbare kosten en controleerbare uitvoering. In mei kwamen die lijnen samen: jeugdhulp, financieel realisme en tegelijk doorgaan met bouwen aan een aantrekkelijke stad.

Het zwaartepunt lag bij de Verordening Jeugdhulp Zoetermeer 2025. De VVD steunde deze verordening omdat zij de kern terugbrengt: specialistische hulp moet beschikbaar blijven voor jongeren die het echt nodig hebben, maar niet zwaarder of langer dan noodzakelijk. Het uitgangspunt “zo zwaar als nodig, zo licht als kan” is niet alleen een slogan, maar een praktische vertaling van doelmatigheid en verantwoordelijkheid. Juist omdat jeugdzorg in veel gemeenten een financieel knelpunt is, is het van belang dat toegang, duur en intensiteit van hulp helder zijn en dat de gemeente goed kan sturen op instroom en effect. Dat vraagt om een verordening die niet uitwaaiert in details die later tegen je kunnen werken.

Daarom legde de Zoetermeerse VVD in mei ook nadruk op juridische helderheid. Gemeenten worden door jurisprudentie steeds vaker gehouden aan het goed omschrijven van begrippen als “eigen mogelijkheden” en “probleemoplossend vermogen”. De Zoetermeerse VVD koos er in de verordening voor om voorbeelden uit de tekst te schrappen, zodat regels algemeen, gelijk toepasbaar en toekomstbestendig blijven. Dat is een typisch voorbeeld van degelijke wetstechniek: wat vandaag als onschuldige verduidelijking wordt toegevoegd, kan morgen als harde grens worden uitgelegd. Door de tekst zuiver te houden, voorkom je onbedoelde effecten in uitvoering en bezwaarprocedures. Daarmee werd jeugdhulp in mei niet alleen een inhoudelijk, maar ook een juridisch zorgvuldig dossier.

Diezelfde combinatie van ambitie en nuchterheid kwam terug in de regionale inkoopstrategie jeugdhulp richting 2027. De VVD stemde in, maar benadrukte dat een plan pas deugt als het ook uitvoerbaar en controleerbaar is. Juist omdat lokale teams nog in opbouw zijn, blijft sturing via contracten, monitoring en duidelijke afspraken cruciaal. De VVD waarschuwde tegen wensdenken: verbeteren mag, maar niet zonder grip op cijfers en resultaten. Die lijn wordt later in juli extra relevant bij de discussie over jeugdhulpvervoer en de noodzaak van strakke administratie.

De financiële context waarbinnen dit alles moet gebeuren, werd in mei opnieuw scherp zichtbaar door het landelijke debat over gemeentefinanciën. Extra middelen tot en met 2027 geven verlichting, maar structurele zekerheid daarna blijft een zorgpunt. De VVD-lijn is daarbij consequent: gemeenten kunnen geen betrouwbare overheid zijn als zij basistaken blijven financieren via tijdelijke reparaties. Zeker bij jeugdzorg, woningbouw en veiligheid is voorspelbaarheid geen luxe, maar randvoorwaarde. Als je als gemeente structureel te weinig zekerheid hebt, worden keuzes steeds ad hoc, en dat is funest voor inwoners die juist stabiliteit nodig hebben.

Naast het sociaal domein werkte de VVD in mei door aan de fysieke en economische toekomst van Zoetermeer. Met steun voor het Meerjarenperspectief Grondexploitaties 2025 hield de fractie koers op transparant en verantwoord grondbeleid. Projecten die de stad verder brengen vragen om jaarlijks scherp inzicht in risico’s, kosten en opbrengsten. Niet om administratieve drukte te maken, maar om tijdig bij te sturen en verrassingen te voorkomen. Zo bescherm je de begroting én de ruimte om te blijven investeren in wonen en leefbaarheid. Dit past ook bij de inzet uit het verkiezingsprogramma 2022–2026: bouwen en vernieuwen, maar met financiële discipline.

Tegelijk bleef de VVD zichtbaar in het dagelijks leven van inwoners. Vragen over hinder van LED-reclamezuilen raakten aan een onderwerp dat later in oktober opnieuw terugkomt: reclame en dynamiek kunnen, maar niet als slaapkamers meeverlichten. Ook bij voorstellen die structurele lasten toevoegen, zoals rondom dierenopvang, hield de VVD een kritische financiële lijn: sympathie is belangrijk, maar structurele uitgaven moeten wel passen binnen een houdbare begroting. En soms is resultaat juist heel tastbaar en klein: de uitvoering van een motie over babyschommels laat zien dat politiek niet altijd groot hoeft te zijn om betekenis te hebben. Als het maar klopt, uitgevoerd wordt en aansluit bij wat mensen in hun wijk ervaren.

Op 12 mei 2025 vond in de gemeenteraad van Zoetermeer een interpellatiedebat plaats over het functioneren van LHN-wethouder Weerwag. Aanleiding waren zorgen bij meerdere fracties over het bestuurlijk handelen van de wethouder, met name rond sportverenigingen als DWO en FC Zoetermeer, en het herhaald uitblijven van toezeggingen, waaronder het volkshuisvestingsprogramma. Een brandbrief van DWO en onbeantwoorde vragen daarover hadden het vertrouwen verder onder druk gezet. Tijdens het debat werd kritisch stilgestaan bij gebrekkige communicatie, onvoldoende vastlegging van afspraken en vertragingen in meerdere dossiers. Wethouder Weerwag erkende fouten, vooral in de communicatie, en gaf aan daarvan te willen leren. Hij benadrukte het belang van zorgvuldigheid en maatwerk, zowel richting verenigingen als bij grote beleidsdossiers. Verschillende fracties dienden een motie van treurnis in, maar deze werd verworpen. De Zoetermeerse VVD stemde tegen. VVD-fractievoorzitter Lisette Sandifort stelde dat besturen mensenwerk is en dat de wethouder overtuigend had laten zien bereid en in staat te zijn zijn functioneren te verbeteren, zodat woningbouw en sportvoorzieningen voortgang kunnen houden.

Mei werd zo een maand waarin de VVD het sociale en het financiële samenbracht. Niet kiezen tussen menselijkheid of houdbaarheid, maar beide tegelijk eisen. Dat is uiteindelijk de kern van degelijke lokale politiek: verantwoordelijkheid nemen voor kwetsbaren, zonder de stad financieel uit te hollen en zonder beleid te maken dat in uitvoering vastloopt.

Juni – Bezuinigen met verstand en veiligheid als basis

Juni was een maand waarin meerdere lijnen samenkwamen en waarin de VVD-fractie nadrukkelijk liet zien wat zij onder betrouwbaar bestuur verstaat: vooruitgang organiseren, maar met respect voor bestaande gemeenschappen, met heldere randvoorwaarden en met de bereidheid om keuzes te maken die niet altijd populair zijn, maar wel nodig. Waar januari de basis op orde zette en februari de financiële scherpte aanscherpte, vroeg juni om bestuurlijke moed: durven kiezen, niet wegduiken, en tegelijkertijd de menselijke maat blijven zien.

Op het ruimtelijke domein lag de nadruk op verstandig verdichten met behoud van leefkwaliteit. Bij het omgevingsprogramma rond het Burgemeester Vernèdepark en de Dr. J.W. Paltelaan steunde de VVD de lijn van “goed naar beter”: extra woningen en passende woonvormen voor ouderen, maar wel met realisme over verkeer en parkeren. De fractie maakte daarbij een punt dat in Zoetermeer extra gevoelig ligt: een wijk vernieuwen is meer dan stenen stapelen; het gaat ook om de sociale structuur. Wie vernieuwing doorvoert, moet de bestaande gemeenschap niet wegpoetsen. Daarom was het amendement over het behoud van de Jeu de Boulevereniging betekenisvol: verenigingen zijn geen bijzaak, maar een ankerpunt in wijken. Dat is typisch beleid dat past bij een traditionele waardering voor het verenigingsleven als ruggengraat van de stad.

In juni werd ook besloten over Voorweg-Centrum. Dit VVD-initiatief kreeg overtuigend groen licht, inclusief budget voor de haalbaarheidsfase. Daarmee werd een belangrijke stap gezet richting een levendig stadsdeel rond een OV-knooppunt, met ruimte voor wonen, voorzieningen en cultuur. De VVD verbond hier bewust meerdere doelen: woningbouw versnellen, bereikbaarheid versterken en tegelijk veiligheid en levendigheid vergroten. Hoogstedelijk bouwen rond een OV-knoop benut ruimte efficiënt en helpt de druk op groene randen te beperken. Het sluit direct aan bij het verkiezingsprogramma 2022–2026: bouwen op logische plekken, met tempo én kwaliteit. De keuze voor Voorweg-Centrum is bovendien strategisch omdat het later in het jaar steeds vaker terugkomt als samenhangende gebiedsontwikkeling, bijvoorbeeld bij de discussie over de nieuwbouw van De Boerderij en de vraag hoe je culturele voorzieningen niet los ziet van de omgeving.

Verder liet de VVD in juni zien dat ze scherp blijft op uitvoering en onderbouwing. Bij de bespreking van de jaarstukken 2024 in het resultatendebat waren er complimenten voor beter financieel beheer en eerste lichtpuntjes in de jeugdzorg, maar ook zorgen over woningbouwtempo, oplopende lasten en uitstel van eenvoudige verbeteringen. Op mobiliteit vroeg de Zoetermeerse VVD om meer detaillering en meetbare voortgang bij het mobiliteitsbudget, steunde zij de Vastgoednota vanwege beter overzicht en datagedreven sturing, en stond zij achter de voorbereiding van de fietsroute Bleiswijkseweg-west als regionale kwaliteitsimpuls.

Een belangrijk politiek moment in juni was ook het perspectiefdebat, waarin de raad vooruitblikte op financiële keuzes voor de komende jaren. Hier kwam de VVD-lijn uit februari terug, maar nu in een scherpere vorm: bezuinigen is geen doel op zich, maar soms wel noodzakelijk om de stad financieel gezond te houden. De Zoetermeerse VVD pleitte voor scherpe prioriteiten: geen automatische kaasschaaf, maar gerichte keuzes. Daarmee werd een klassieke bestuursopvatting neergezet: je moet durven zeggen wat de gemeente wél en niet meer doet, zodat kerntaken niet langzaam worden uitgehold. Veiligheid, handhaving en basale voorzieningen mogen niet het slachtoffer worden van spreidstand. Tegelijkertijd moet de gemeente kritisch kijken naar programma’s en uitgaven die minder bijdragen aan die kerntaken. De Zoetermeerse VVD waarschuwde bovendien voor het te makkelijk aanspreken van reserves en voor het doorschuiven van problemen naar de toekomst. Een eenmalige meevaller of reserve kan iets tijdelijk overbruggen, maar mag geen structurele oplossing worden. Dat is een boodschap die later in november in het begrotingsdebat opnieuw zichtbaar wordt.

Juni leverde ook een concreet veiligheidsresultaat op. Met een aangenomen motie werd de handhavingscapaciteit structureel versterkt door zeven extra BOA’s vast aan te stellen. Daarmee werd de VVD-inzet voor veiligheid vertaald naar zichtbare capaciteit in de stad. Het is een keuze die direct raakt aan leefbaarheid: regels hebben pas betekenis als er ook handhaving is. In het verlengde daarvan vroeg de fractie aandacht voor onveilige situaties in het Stadshart, onder meer door snelle (fat)bikes tussen voetgangers. Het onderwerp fatbikes loopt als een rode draad door het tweede deel van het jaar. In juni werd al duidelijk dat de Zoetermerse VVD hier niet kiest voor eindeloze discussies over definities, maar voor het principe dat voetgangersgebieden en drukke winkelstraten veilig moeten zijn. Dat vraagt om helderheid, aanwezigheid en consequente uitvoering.

Wat juni extra kenmerkte, was dat de Zoetermeerse VVD oog hield voor de menselijke maat tussen de grote dossiers door. Van het Manifest Fysieke Toegankelijkheid tot vragen over vaccinatiegraad en integratie: de gedachte bleef dezelfde. Een betrouwbare overheid maakt duidelijke keuzes, voert ze uit en blijft aanspreekbaar. Dat is niet spectaculair, maar wel het soort bestuur waar inwoners op kunnen bouwen. Juni liet daarmee zien dat de VVD in Zoetermeer niet alleen richting geeft aan de toekomst, maar ook bewaakt dat de stad herkenbaar blijft: een stad met verenigingen, met veilige publieke ruimte, met betaalbare ambities en met een raad die durft te kiezen.

In juni werden deextra babyschommels geplaatst. De eerste werd geplaatst bij speelplaats Heijermanshove, met vervolglocaties aan de Lekstroom in Oosterheem en het Koekoekveld in Seghwaert. Door slim aan te sluiten bij gepland onderhoud konden deze voorzieningen snel worden gerealiseerd. De Zoetermeerse VVD benadrukte daarbij het belang van buitenspelen voor jonge kinderen én de waarde van speelplekken als ontmoetingsplek voor gezinnen.

Tegelijkertijd hield de fractie scherp oog voor de manier waarop Zoetermeer grote projecten aanpakt. In de commissie Stad besprak de raad het Rekenkameronderzoek naar de grip op grote projecten. VVD-raadslid Berend Aptroot pleitte voor stevige regie, programmatisch werken bij complexe opgaven (zoals het Entreegebied), meer “go/no-go”-momenten en betere risicobeheersing. De boodschap was helder: de raad moet sturen op proces en scenario’s, zodat projecten niet verzanden en de stad tempo kan maken.

Op woningbouw en leefbaarheid zette de VVD eveneens stappen. De herontwikkeling van ’t Seghe Waert kon op steun rekenen: maximaal 232 woningen, ruimte voor maatschappelijke voorzieningen en extra aandacht voor bewoners met een zorgvraag. VVD-raadslid Berend Aptroot prees de samenwerking met Vidomes en de degelijke financiële afspraken, waarbij kosten voor de inrichting van de openbare ruimte op basis van werkelijke kosten worden verhaald. Ook participatie werd positief beoordeeld: professioneel opgezet en met zichtbare betrokkenheid van omwonenden.

Ook economie en voorzieningen in de wijken stonden op de agenda. De Zoetermeerse VVD steunde het participatietraject voor een nieuwe Retailvisie, met nadruk op een vitale winkelstructuur, veiligheid in winkelgebieden en ruimte voor functiemenging. Voor Meerzicht sprak de VVD steun uit voor de strategische aankoop van het pand ‘De Oase’ om regie te houden op toekomstige gebiedsontwikkeling en om het gebouw in de tussentijd maatschappelijk te benutten.

De Zoetermeerse VVD diende in juni een motie in om overlast van digitale LED-reclameborden aan te pakken. De VVD ziet de meerwaarde van dynamische buitenreclame, maar vindt dat fel licht of verwarring in het verkeer niet mag worden weggewimpeld. Kleine ingrepen (een bord draaien of verplaatsen) lossen vaak al veel op. De VVD wil bovendien een duidelijk meldpunt op de gemeentelijke website en structurele monitoring van klachten, zodat leefbaarheid en vernieuwing in balans blijven. De motie werd aangenomen

Ook in het sociaal domein zette de Zoetemeerse VVD een stap met een aangenomen motie om de Wmo-aanpak verder te vereenvoudigen. Uitgangspunt: hulp vragen mag geen uitputtingsslag zijn. De VVD pleit voor snellere, meer gestandaardiseerde afhandeling bij voorspelbare of herhaalde hulpvragen, bijvoorbeeld via ambtshalve verlenging, standaardindicaties en digitale routes voor lichte aanvragen. Daarnaast moeten triage-instrumenten en beslisbomen consulenten helpen om sneller en eenduidiger te beslissen. Het college moet vóór het einde van 2025 met concrete voorstellen komen, inclusief monitoring en evaluatie.

Op integratie stemde de VVD in met een pilot van Stichting Piëzo voor begeleiding van asielzoekers en statushouders richting taal, educatie en participatie. De partij benadrukt soberheid en tijdelijkheid van opvang, maar ook wederkerigheid: wie hier toekomst opbouwt, moet meedoen. Belangrijk is dat de pilot uit bestaande rijksmiddelen wordt betaald en aantoonbare resultaten oplevert.

Bestuurlijke transparantie kreeg aandacht via een aangenomen VVD-motie om participatiekosten gemeentebreed inzichtelijk te maken, zodat de raad kan sturen op doelmatigheid: wat kost het, wie bereik je en wat levert het op? Een ander VVD-voorstel, “Win-je-winkelpand” (een jaar huur voor één euro om leegstand te bestrijden en starters te helpen), haalde het niet. Tegelijk steunde de VVD een amendement om adoptiegroen en wijkgroenprojecten te behouden, en werkte zij mee aan moties over aanpak huiselijk geweld, effectiviteit van zorgfraudebestrijding en het doorpakken met nieuw afvalbeleid in 2025.

Juli – Grote projecten vooruit, met grip op risico’s

Juli bevestigde een lijn die in juni scherper werd neergezet: investeren waar het moet, bezuinigen waar het kan, en vooral grip houden op uitvoering. In deze maand kwamen grote gebiedsontwikkelingen en harde financiële realiteiten samen. De VVD-fractie liet daarbij zien dat zij ambitie niet afwijst, maar altijd koppelt aan randvoorwaarden: duidelijke kaders, beheersbare risico’s en transparantie in monitoring. Juist in tijden van financiële druk is dat een klassieke vorm van verstandig bestuur.

Die koers werd in juli het meest zichtbaar bij Entree. In de commissie Stad sprak de VVD waardering uit voor de kaderstellende stukken van het Omgevingsprogramma Entree en benadrukte dat deze fase een mijlpaal was na jaren voorbereiding. In de raad werd vervolgens een volgende stap gezet richting realisatie van een nieuwe stadswijk, die in de plannen ruimte biedt voor duizenden woningen en daarmee verlichting kan geven op de woningmarkt. De Zoetermeerse VVD steunde die grootstedelijke ambitie, maar maakte expliciet dat tempo alleen verantwoord is als je de randvoorwaarden stevig neerzet. Daarom koppelde de fractie steun aan heldere parkeerkaders, aandacht voor geluid en een monitoringsaanpak waarmee de raad tijdig kan bijsturen. Entree is te groot en te belangrijk om “op goed geluk” door te laten lopen. De VVD benadert dit in de traditie van degelijke projectbeheersing: voortgang ja, maar niet zonder stuurinformatie.

Tegelijk liet juli zien waarom financiële waakzaamheid nodig bleef, zeker in het sociaal domein. De forse overschrijding bij het jeugdhulpvervoer vroeg om precies datgene waar de VVD al langer op hamert: vroegsignalering, strakke administratie en inzicht in contractafspraken en beschikkingen. De VVD zette niet in op verwijten, maar op herstel van fundamenten. Hulp voor kwetsbare jongeren moet betrouwbaar zijn, maar publieke middelen moeten aantoonbaar rechtmatig en doelmatig worden besteed. De beantwoording door het college leidde tot aangekondigde verbetermaatregelen, waaronder opschonen van de administratie en aanscherpen van processen. Daarmee werd juli een maand waarin de VVD het verschil maakte door vragen te stellen die “saai” kunnen lijken, maar in werkelijkheid essentieel zijn. Zonder goede administratie en processen wordt jeugdzorg onbestuurbaar en wordt het vertrouwen van inwoners terecht ondermijnd.

Op wijkniveau koos de VVD in juli voor vernieuwing die leefbaarheid zichtbaar versterkt. In Meerzicht steunde de fractie de impuls voor het wijkhart, met middenhuur en voorzieningen als tegenwicht tegen leegstand en verloedering. Dat past bij de gedachte dat je wijken niet alleen opknapt met fysieke ingrepen, maar ook met functies die mensen aantrekken en vasthouden. Middenhuur is daarbij een belangrijk segment: het helpt doorstroming, voorkomt dat een wijk eenzijdig wordt en versterkt draagvlak voor voorzieningen.

Ook bij bestaanszekerheid steunde de Zoetermeerse VVD participatie, maar met een duidelijke randvoorwaarde: helderheid over wat inwoners wel en niet kunnen beïnvloeden. Meedenken moet leiden tot beter beleid, niet tot papieren verwachtingen. Dat is een consistent punt in de VVD-stijl: participatie werkt alleen als je eerlijk bent over de ruimte die er is. Anders creëer je teleurstelling en cynisme, en dat is slecht voor vertrouwen in de lokale democratie.

Leefbaarheid ging in juli ook over praktische zeggenschap. Daarom steunde de Zoetermeerse VVD het aangepaste bomenbeleid, dat bewoners meer invloed geeft als overlast jarenlang blijft knellen. Dit is zo’n onderwerp waar traditioneel bestuur het verschil maakt: bewoners waarderen groen, maar willen ook dat de gemeente luistert als schaduw, wortelopdruk of bladval structureel problemen geeft. De VVD koos hier voor een benadering die zowel het belang van groen erkent als het recht van bewoners op een leefbare woonomgeving. Niet ideologisch, maar praktisch.

Veiligheid bleef bovendien een rode draad, met nadruk op duidelijkheid en handhaafbaarheid rond (fat)bikes in voetgangersgebieden. Ook al kreeg een voorstel in de raad geen meerderheid, de VVD bleef consequent wijzen op het dagelijkse probleem: winkelgebieden, schoolroutes en voetgangerszones moeten veilig zijn. Dit onderwerp zou later in september, oktober en november terugkeren, steeds met dezelfde kern: regels zonder uitvoering helpen niemand. De VVD koppelde het daarom aan de bredere inzet op handhaving, die in juni al leidde tot extra BOA-capaciteit en later in november een vervolg krijgt in fietsveiligheidsinitiatieven.

Tot slot verbond de Zoetermeerse VVD in juli volksgezondheid en integratie aan het principe van verantwoordelijkheid. Bij de vaccinatiegraad drong de fractie aan op zichtbare wijkgerichte actie; niet voor niets is een hoge vaccinatiegraad nodig om uitbraken te voorkomen. En bij inburgering vroeg VVD-raadslid ob Duiven via schriftelijke vragen om stevige sturing op verzuim, juist nu een uitspraak de ruimte voor boetes beperkte.

Augustus – Eerlijke regels bij inburgering en woningtoewijzing

Augustus was korter van aard, maar inhoudelijk scherp: de VVD-fractie legde de nadruk op een klassiek uitgangspunt dat in Zoetermeer herkenbaar is en door het jaar heen vaker terugkomt. Wie meedoet krijgt steun, maar wie publieke voorzieningen gebruikt moet ook kunnen rekenen op duidelijke, eerlijke regels. Het ging niet om grote bouwdossiers of brede begrotingsdebatten, maar om het bewaken van rechtvaardigheid en uitvoerbaarheid op twee onderwerpen waar inwoners direct mee te maken krijgen: inburgering en woningtoewijzing.

Aanleiding was onder meer een uitspraak die de mogelijkheden om boetes op te leggen bij het niet afronden van inburgeringstrajecten beperkte. VVD-raadslid Rob Duiven vroeg aandacht voor de gevolgen in Zoetermeer, mede omdat cijfers aanleiding gaven tot zorg: een aanzienlijk deel van de inburgeraars rondde het traject niet op tijd af. De fractie benadrukte dat inburgering geen vrijblijvende route mag zijn. Ondersteuning en begeleiding zijn noodzakelijk, maar daar hoort ook inzet en verantwoordelijkheid bij. De Zoetermeerse VVD legde de nadruk op slimme monitoring en vroegsignalering, en op aanpakken die taalverwerving koppelen aan participatie en werk. Daarmee sloot de inzet aan bij het verkiezingsprogramma 2022–2026: meedoen is de norm, en de gemeente moet sturen op resultaat zonder in symboolbeleid te vervallen.

Een vergelijkbare lijn trok de Zoetermeerse VVD bij de flexwoningen aan de Ruimtebaan. Toen bleek dat een corporatie kandidaten selecteerde op basis van motivatiebrieven en -video’s, trok VVD-raadslid Jeffrey van Gils aan de bel. De kern van het bezwaar was principieel én praktisch: sociale huurwoningen moeten transparant en objectief worden toegewezen, zeker in een krappe woningmarkt en zeker wanneer de gemeente fors investeert in oplossingen. Selectie op presentatievaardigheden past daar niet bij en vergroot de kans op willekeur. De VVD drong erop aan vast te houden aan controleerbare criteria, zoals inschrijfduur. Augustus maakte zo duidelijk dat de VVD niet alleen “grote lijnen” bewaakt, maar ook opkomt voor eerlijkheid in systemen die het dagelijks leven raken.

September – Veiligheid in het dagelijks leven en gezonde verenigingen

September stond in het teken van twee dingen die bij goed stadsbestuur horen: veiligheid in het dagelijks leven en scherpe, nuchtere keuzes over grote plannen. De VVD-fractie liet zich in beide dossiers zichtbaar en inhoudelijk gelden, met een aanpak die past bij traditionele degelijkheid: eerst de norm vaststellen, dan zorgen dat uitvoering en handhaving niet achterblijven.

In het Stadshart werd een stille lichtjestocht gehouden tegen geweld en intimidatie richting meisjes en vrouwen. De Zoetermeerse VVD schaarde zich achter de oproep dat iedereen zich vrij en veilig door de stad moet kunnen bewegen, niet alleen in beleidsteksten, maar juist op straat en in de avond. Zulke initiatieven raken aan de basis van de publieke ruimte: wie zich onveilig voelt, trekt zich terug, en dat holt de stad uit. Voor de VVD is veiligheid daarom geen bijzaak, maar een voorwaarde voor vrijheid. Dat is een lijn die je ook terugziet in de inzet op extra handhavingscapaciteit en in de aandacht voor fietsveiligheid en fatbikes in de maanden daarna.

Die gezamenlijke norm (samen grenzen stellen) werd in september nadrukkelijk onderstreept in de discussie over fatbikes. De VVD drong aan op snelle politieke behandeling, omdat onduidelijke regels en wisselende handhaving precies dát zijn waar inwoners en ondernemers last van hebben. Het onderwerp is emblematisch voor een bredere VVD-kritiek op “papierwerk zonder praktijk”: als regels niet uitvoerbaar of niet handhaafbaar zijn, win je geen veiligheid, maar alleen frustratie. De inzet was daarom steeds: helderheid, consequent optreden en een aanpak die de drukste plekken in winkelgebieden en rond scholen zichtbaar ontlast.

In dezelfde maand speelde het dossier SnowWorld. De Zoetermeerse VVD pleitte voor tempo én zorgvuldigheid. De plannen voor uitbreiding en modernisering lagen breed op tafel, maar besluitvorming over de zip-line werd uitgesteld doordat een stemming over een amendement staakte; de definitieve stemming werd doorgeschoven. In zulke situaties kiest de VVD voor een klassieke afweging: economische en recreatieve betekenis erkennen, maar ook zorgvuldig blijven kijken naar onderdelen die politiek zwaar wegen. September liet zien dat de VVD niet meewaait met de waan van de dag, maar vasthoudt aan een consistent beoordelingskader: wat levert het op, wat kost het, en hoe borg je dat het past bij leefbaarheid en omgeving?

September bracht óók sociaal beleid dat werkt in de praktijk. De VVD zette met een motie door op minder gedoe en snellere, mensgerichte ondersteuning in de Wmo. Het uitgangspunt was consistent met januari: hulp moet toegankelijk zijn, maar ook doelmatig en gericht op zelfstandigheid. De fractie wilde voorkomen dat procedures en wachttijden de bedoeling van ondersteuning ondergraven. In dezelfde geest bleef de VVD scherp op het verenigingsleven. Door het bijvullen van de investeringsimpuls konden clubs noodzakelijke voorzieningen op orde houden, met duidelijke spelregels en eigen verantwoordelijkheid. Ook hier klinkt de traditionele waardering door: sterke amateurverenigingen zijn een fundament onder de stad.

De raad nam in september 2025 een besluit over een burgerinitiatief van bewoners rond de Schansbaan en omliggende hofjes, die vroegen om extra parkeerruimte. De Zoetermeerse VVD hechtte grote waarde aan dit soort initiatieven en aan het serieus nemen van bewonerssignalen. Uit onderzoek van het college bleek echter dat binnen 200 meter voldoende parkeerplaatsen beschikbaar waren en dat de voorgestelde locatie verkeerskundig ongeschikt was. Daarom volgde de raad het collegeadvies om geen extra plekken aan te leggen. De VVD benadrukte wel dat de parkeerdruk in de wijk gevolgd moest blijven worden en bleef openstaan voor creatieve, groene oplossingen als de situatie zou veranderen.

De Zoetermeerse VVD steunde het besluit van het college om het raadsvoorstel voor het Stationsgebied Zoetermeer terug te nemen en met meerdere varianten te komen. De VVD benadrukte dat een technisch herstel van de Nelson Mandelabrug alleen niet volstond. Door veranderde omstandigheden (zoals de groei van het Entreegebied en de rol van het station als regionaal OV-knooppunt) waren nieuwe keuzes nodig. Voor de VVD stonden sociale veiligheid, levendigheid, sterke verbindingen en een solide financiële onderbouwing centraal. Eerst de beste variant kiezen, daarna bouwen aan een toekomstbestendig stationsgebied.

VVD-raadslid Rob Duiven stelde in september schriftelijke vragen over de gevolgen van de vastgestelde Omgevingsvisie Den Haag 2050. In deze visie schetst Den Haag een ambitieus toekomstbeeld met stevige inzet op woningbouw, mobiliteit, vergroening en klimaatadaptatie. De VVD benadrukte dat Zoetermeer hier niet afwachtend tegenover mag staan, maar tijdig moet anticiperen om eigen belangen te borgen. Er kan bijvoorbeeld extra druk op de Haagse woningmarkt leiden tot meer vraag naar woningen in Zoetermeer, wat kansen biedt maar ook risico’s voor betaalbaarheid en voorzieningen. Ook de gevolgen voor mobiliteit, zoals OV-verbindingen en verkeersstromen, verdienen regionale aandacht. Daarnaast ziet de VVD mogelijkheden om opgaven rond vergroening en waterbeheer te verbinden met regionale plannen.

VVD-radslid Rob Duiven stelde ook vragen over de zorgwekkende toename van pesten onder jongeren in Zoetermeer. Uit de Gezondheidsmonitor Jeugd 2023 van CBS, RIVM en de GGD bleek dat bijna één op de vijf middelbare scholieren recent is gepest, aanzienlijk meer dan in eerdere metingen en hoger dan in vergelijkbare gemeenten. De VVD vond dit onacceptabel en spreekt van een structureel probleem met grote gevolgen voor de ontwikkeling van jongeren en wilde weten hoe het college deze stijging duidt en of de bestaande aanpak nog volstaat. Extra aandacht vroeg de fractie voor online pesten, dat vaak buiten schooltijd doorgaat. Ook vroeg de VVD naar de voortgang van eerdere toezeggingen, zoals een domeinoverstijgende coördinatie van de aanpak.

Tot slot speelde de toekomst van Zoetermeer door in het ruimtelijk debat. De Ruimtelijke Strategie 2040 werd besproken met een duidelijke VVD-lijn: richting geven zonder alles dicht te timmeren. Het moest een kompas zijn, geen keurslijf. September was daarmee een maand waarin veiligheid en zorgvuldigheid hand in hand gingen: niet alleen roepen dat iets belangrijk is, maar zorgen dat beleid uitvoerbaar blijft en dat principes worden omgezet in praktische keuzes.

Oktober – Moderne voorzieningen, maar uitvoerbaar op straatniveau

Oktober draaide om uitvoerbaarheid: mooie ambities zijn welkom, maar alleen als het in de praktijk werkt, betaalbaar blijft en niet leidt tot onnodige overlast of bureaucratische drempels. De VVD-fractie zette die lijn stevig neer op drie terreinen die in 2025 vaker terugkeren: mobiliteit en energietransitie, veiligheid in de openbare ruimte en leefbaarheid in woonomgevingen.

In de raad stond de geactualiseerde Laadvisie centraal. De gemeente wilde laadpalen datagestuurd uitbreiden en stoepladen mogelijk maken via een Verlengd Private Aansluitpunt met kabelgoot. De Zoetermeerse VVD steunde de ambitie om elektrisch rijden praktisch te maken, maar vond dat de voorgestelde drempel te hoog dreigde te worden. Als laden met eigen stroom alleen mogelijk is voor een kleine groep die tijd, kennis en geld heeft om vergunningen te regelen, dan maak je van energietransitie een luxeproduct. Dat past niet bij een stad waar je juist brede deelname wilt. De VVD pleitte daarom voor een eenvoudiger systeem met heldere, handhaafbare regels. Daarmee werd de lijn uit maart en april doorgetrokken: stoepladen kan, maar dan wel zo dat stoepen veilig blijven en de regels voor bewoners begrijpelijk zijn. Dit dossier zou in november opnieuw terugkomen, wanneer VVD-amendementen het beleid verder praktisch maken.

Ook op sportbeleid drukte de VVD in oktober een herkenbaar stempel: minder onderbuik, meer resultaat. De uitvoering van een motie over datagedreven sporten kreeg vorm met wijkanalyses, evaluaties en het volgen van deelname aan beweegprogramma’s. De VVD koppelde dat nadrukkelijk aan doelmatigheid: geld naar interventies die aantoonbaar werken en aansluiten bij sportdoelen zoals meer inwoners in beweging, vitale verenigingen en passende accommodaties. Het sluit aan bij de aanpak in januari rond veiligheidseffectindicatoren: meten wat je doet, zodat je kunt bijsturen. Dat is klassieke financiële verantwoordelijkheid in moderne vorm.

Veiligheid en leefbaarheid vormden een tweede, zware rode draad. Begin oktober werd het fatbike-dossier urgenter. In de commissie Stad werd het debat gevoerd over overlast en gevaarlijke situaties in winkelgebieden en op schoolpleinen. De Zoetermeerse VVD drong aan op zichtbare handhaving en wilde dit verankeren in een actieplan. Daarbij werd onderkend dat de landelijke juridische werkelijkheid het lastig maakt: fatbikes vallen vaak onder e-bike-regels en handhaving wordt ingewikkeld bij opvoeren en technische verschillen. Juist daarom bleef de VVD hameren op lokale duidelijkheid: als het land traag is, moet je lokaal organiseren wat je wél kunt, bijvoorbeeld door heldere zones, gerichte inzet en consequente handhaving. Dit onderwerp loopt door naar november, waar fietsveiligheid breder wordt opgepakt.

Een derde lijn in oktober was leefbaarheid rond licht en reclame. De Zoetermeerse VVD wees erop dat dynamiek en ondernemen kunnen, maar niet als slaapkamers meeverlichten. Na een eerder aangenomen VVD-motie werd overlast concreet teruggedrongen: bij een dossier werd een fout gecorrigeerd en werd nachtelijke hinder beperkt door uitzetten en dimregimes. De VVD sloot hiermee aan bij een eenvoudige, traditionele norm: ’s nachts hoort het donker en rustig te zijn in woongebieden. Dit was ook een doorvertaling van vragen die al in mei werden gesteld. Het laat zien hoe een dossier van signaal naar uitvoering kan gaan als je het consequent blijft volgen.

Tot slot verschoof de blik in oktober naar sociale veiligheid van jongeren en naar basiszorg dichtbij huis. De Zoetermeerse VVD stelde vragen over pesten, mede gevoed door cijfers en het groeiende aandeel online pesten. De kernboodschap was dat pesten niet “bij het opgroeien hoort” en dat samenhang nodig is tussen school, sport, wijk en online omgeving. Tegelijk vroeg de VVD aandacht voor de financiële positie van het HagaZiekenhuis, vanuit het principe dat basisvoorzieningen overeind moeten blijven. Tijdig inzicht en structureel overleg zijn nodig om verrassingen te voorkomen die uiteindelijk ten koste gaan van bereikbare zorg.

Oktober liet zo de kern van VVD-bestuur zien: uitvoerbaar beleid, meetbare resultaten, bescherming van leefbaarheid en een stevige inzet op veiligheid, niet als abstract ideaal, maar als dagelijkse praktijk.

November – Ruimte geven, grenzen stellen en de stad draaiend houden

November was de maand waarin veel lijnen van 2025 samenkwamen en waarin de VVD-fractie zichtbaar maakte hoe zij resultaten niet alleen binnenhaalt, maar ook borgt. In meerdere raadsvergaderingen volgden besluiten en moties elkaar snel op, maar onder die dynamiek lag een duidelijke rode draad: vertrouwen in inwoners en ondernemers, gecombineerd met verantwoordelijkheid voor een stad die veilig, bereikbaar en financieel gezond blijft. Het was ook de maand waarin de VVD haar stijl van nuchter bestuur het meest breed toonde: van handhaving tot ruimtelijke strategie, van netcongestie tot begrotingsdiscipline en van binnenstadsuitstraling tot cultuur.

De inzet op veiligheid werd scherp zichtbaar bij het debat over fietsveiligheid. Na eerdere discussies over fatbikes en onveilig gedrag in winkelgebieden en rond scholen nam de VVD, samen met andere fracties, het initiatief voor een tijdelijk fietsveiligheidsteam. Met brede steun werd uitgesproken dat extra handhaving nodig is op plekken waar risico’s zich opstapelen. Daarmee gaf de raad een signaal dat in lijn ligt met de VVD-inzet sinds juni: veiligheid op straat is geen papieren ambitie. Je kunt pas vrijheid in de stad ervaren als de openbare ruimte ook daadwerkelijk veilig is. Het fietsveiligheidsteam is bovendien een praktische doorontwikkeling van het fatbike-dossier: waar het juridische kader landelijk complex kan zijn, kun je lokaal wel degelijk sturen op gedrag, snelheid, zones en zichtbare aanwezigheid.

Op ruimtelijk en economisch vlak boekte de Zoetermeerse VVD eveneens concrete resultaten. De Ruimtelijke Strategie Zoetermeer 2040 werd vastgesteld en gaf richting voor groei binnen de bestaande stad. De VVD steunde die koers, maar borgde via een amendement dat begrippen als “leefmilieus” richtinggevend blijven en geen keurslijf worden. Daarmee werd een typisch liberaal uitgangspunt vastgelegd: plannen moeten houvast bieden zonder initiatief te verstikken. Dat is een belangrijke nuance, omdat ruimtelijke strategieën vaak de neiging hebben om steeds gedetailleerder te worden. De Zoetermeerse VVD koos juist voor een strategie die ruimte laat voor maatwerk en ontwikkelingen die je nu nog niet volledig kunt voorspellen, maar die later wel nodig kunnen zijn om woningen te bouwen of voorzieningen te behouden.

Diezelfde balans kwam terug bij het Beeldkwaliteitsplan Binnenstad, waarin de VVD met succes aandrong op aandacht voor verlichting en uitstraling in de avonduren. Het Stadshart moet niet alleen functioneel zijn, maar ook herkenbaar en uitnodigend. Dit sluit aan op de bredere VVD-inzet op levendigheid en veiligheid: een goed verlichte, verzorgde binnenstad draagt bij aan sociale controle en aan een prettige verblijfskwaliteit. Het is bovendien een voorbeeld van hoe de VVD in 2025 vaker kleine, concrete ingrepen koppelt aan grote doelen. Niet alles hoeft groots en duur te zijn om effect te hebben.

Ook bij gebiedsontwikkeling bleef de Zoetermeerse VVD scherp op praktische gevolgen voor inwoners en gebruikers. In het Omgevingsprogramma Van Tuyllpark en Noordelijke Bedrijventerreinen zorgde een breed gesteund amendement ervoor dat bereikbaarheid voor sporters en ondernemers centraal bleef staan. Vergroening en duurzaamheid zijn belangrijk, maar niet als de consequentie is dat voorzieningen en verenigingen onbereikbaar worden. Hier klinkt de traditionele nuchterheid door: het park is er om gebruikt te worden. Als je gebruikers wegdrukt, maak je het gebied op papier groener, maar in werkelijkheid minder leefbaar.

Een ander belangrijk dossier in november was energie en infrastructuur. Met de motie “Doen wat nodig is tegen netcongestie” zette de VVD de gemeente aan tot een actievere regierol. Niet afwachten tot landelijke oplossingen effect sorteren, maar lokaal verbinden, pilots starten en slimme oplossingen verkennen. De Zoetermeerse VVD koppelde dit direct aan economische vitaliteit en woningbouw: stilstand kost banen, woningen en vertrouwen. Dit is ook de logische voortzetting van signalen uit maart en juni over weerbaarheid en van de latere decemberdiscussies over netcongestie bij onderwijs- en sportvoorzieningen. November maakte duidelijk: als de energiekant hapert, stokt de hele stad.

Die praktische benadering kwam ook terug bij de actualisatie van de laadvisie. Dankzij VVD-amendementen werd stoepladen eenvoudiger en betaalbaarder, zonder kostbare vergunningdrempels, en werd vastgelegd dat bij groot onderhoud toekomstgericht wordt gekeken naar kabelgoten. Daarmee werd een terugkerend thema uit maart en oktober afgerond in een concreet resultaat: elektrisch rijden wordt bereikbaar voor inwoners zonder eigen oprit, maar wel op een manier die stoepen veilig houdt en regels handhaafbaar maakt.

In het sociale domein zette de Zoetermeerse VVD in november in op resultaatgerichtheid en eigen regie. Bij rapportages over sociaal beleid werd waardering uitgesproken voor meer transparantie, maar ook aangedrongen op scherpere sturing op effecten. Preventie en pilots zijn waardevol, zolang zichtbaar wordt wat ze opleveren. Dit sluit aan bij de bredere VVD-lijn van meetbaarheid die in januari met veiligheidsindicatoren begint en in oktober met datagedreven sportbeleid wordt doorgetrokken. Ook werd een voorstel gesteund om te verkennen hoe jongeren meer regie kunnen krijgen over hun toekomst. Het past in de gedachte dat ondersteuning sterker wordt als mensen zelf meer overzicht en grip ervaren.

Het hoogtepunt van de maand was het begrotingsdebat over de programmabegroting 2026–2029. De VVD steunde de hoofdlijnen waarin veiligheid, wonen en bereikbaarheid herkenbaar zijn, maar waarschuwde voor gemakzucht in de financiële huishouding. Het eenmalig inzetten van reserves werd als tijdelijke oplossing geaccepteerd, maar nadrukkelijk niet als structurele route. Verantwoord bestuur betekent keuzes maken zonder de rekening door te schuiven naar inwoners of toekomstige generaties. De Zoetermeerse VVD verbond die financiële waakzaamheid aan een positief beeld van Zoetermeer: een stad waar gezinnen wonen, ondernemers kansen krijgen en ouderen veilig leven. Dat vraagt om een gemeente die meewerkt in plaats van tegenwerkt, met digitale en flexibele dienstverlening, duidelijke regels en ruimte voor initiatief.

De Zoetermeerse VVD zette voorts in op een slimmere en toegankelijkere gemeentelijke dienstverlening. Met een breed gesteunde motie vroeg de partij het college om meer digitale en flexibele oplossingen te ontwikkelen, zodat inwoners hun zaken eenvoudiger en op passende momenten konden regelen. Netcongestie vormde een serieuze rem op woningbouw en economische ontwikkeling. De VVD nam het initiatief om lokaal tempo te maken met praktische oplossingen, zoals het delen van capaciteit en pilots met slimme energiesystemen, zodat Zoetermeer niet in de wachtstand hoefde te blijven.

Om de veiligheid in de openbare ruimte te vergroten, pleitte de VVD voor een nieuwe campagne tegen straatintimidatie. De focus lag op bewustwording én weerbaarheid van jongeren, met eigentijdse middelen en samenwerking met scholen, politie en jongerenorganisaties. De VVD gaf voorts een impuls aan de uitstraling van de stad door vergroening van de tunnelbak aan de Europaweg te agenderen. Met unanieme steun werd het college opgeroepen om van deze entree een groenere, vriendelijkere en toekomstbestendige plek te maken.

Overlast door steeds opnieuw opengebroken straten bleef een ergernis. De VVD steunde daarom het voorstel voor een Zoetermeers graafconvenant, gericht op betere afstemming met nutsbedrijven, minder hinder voor bewoners en doelmatiger gebruik van publieke middelen. De VVD steunde ook het voorstel om vrijwilligers die rotondes onderhouden zonder commerciële reclame niet te belasten met huurkosten. Zo werd betrokkenheid beloond en bleef ruimte voor burgerinitiatief, zonder onnodige bureaucratie.

Ook op cultureel en stedelijk vlak zette de Zoetermeerse VVD in november een belangrijke stap met de voortgang rond de nieuwbouw van Poppodium De Boerderij. De VVD onderstreepte dat het podium al jaren een culturele trekker is, maar dat de huisvesting niet meer past bij eisen van een modern podium. Omdat het om een grote investering gaat, vond de VVD dat tempo en zorgvuldigheid hand in hand moeten gaan. Cruciaal was dat duurzaamheid en een zo efficiënt mogelijke footprint onderdeel bleven van het onderzoek, zodat nieuwbouw niet losraakt van de bredere gebiedsontwikkeling in Voorweg-Centrum. Met ruime steun werd het amendement aangenomen en het raadsvoorstel unaniem vastgesteld. Daarmee werd een brug geslagen tussen cultuur, ruimtegebruik en toekomstbestendige stedelijke ontwikkeling.

De Zoetermeerse VVD bleef in 2025 scherp op de financiële gezondheid en toekomst van het HagaZiekenhuis in Zoetermeer. Naar aanleiding van vragen van VVD-raadslid Jeffrey van Gils bleek dat het ziekenhuis 2024 positief had afgesloten na een fors verlies in 2023 en dat het verbeterprogramma HagaVooruit! op koers lag. Tegelijkertijd bleven landelijke benchmarks reden tot zorg en drong de VVD aan op blijvende transparantie, zeker rond nieuwbouw en de doorontwikkeling van Spoedzorg Zoetermeer. Zorg dichtbij huis moest betrouwbaar blijven: bemoedigend waar het kon, kritisch waar het moest.

De Zoetermeerse VVD steunde de aankoop van Darwinstraat 2 als verstandige stap binnen het grondbeleid. Met deze verwerving kon de gemeente vroegtijdig regie nemen op de ontwikkeling van Hoornerhage en de verbinding met het Van Tuyllpark. De VVD vond strategische aankopen alleen passend als ruimtelijke waarde en kwaliteit aantoonbaar waren—en dat was hier het geval, met kansen voor functiemenging, woningbouw en een betere stadsstructuur.

De VVD stemde in met de zienswijze op regionale bezuinigingen bij GGD en Veilig Thuis. Bij Veilig Thuis konden besparingen plaatsvinden zonder het primaire proces te schaden; bij de GGD vroeg dat om meer voorzichtigheid. De VVD steunde het beperken van extra bezuinigingen om risico’s voor publieke gezondheid en preventie te voorkomen. De VVD zette verder in op strakkere aansturing van De Binnenbaan. Via een breed gesteund amendement werd halfjaarlijkse opvolging van verbeterpunten geborgd en verschoof de sturing naar een actueler instrument, zodat zienswijzen daadwerkelijk meer effect kregen voor inwoners op weg naar werk.

Met het Planuitwerkingskader Westergo gaf de raad groen licht voor vervanging van 23 verouderde bungalows door 43 nieuwe sociale huurwoningen. De VVD steunde dit als een combinatie van betaalbaarheid, kwaliteit en verduurzaming, met heldere randvoorwaarden en een degelijke financiële opzet.

De fractie van de Zoetermeerse VVD droeg bij aan Sintvoorieder1 en zag hoe de stad samen het verschil maakte. Met een recordaantal ingezamelde cadeaus werd opnieuw bewezen dat saamhorigheid in Zoetermeer niet bij woorden bleef.

November was zo de maand waarin de VVD de optelsom van 2025 zichtbaar maakte: veiligheid met handhaving, bouwen met ruimte voor initiatief, energie met regie, mobiliteit met uitvoerbaarheid, en financiën met discipline. Resultaten halen is één ding; ze borgen in beleid, kaders en uitvoering is waar degelijk bestuur zich bewijst.

December – Oplossen en vooruitkijken

December sloot het politieke jaar af zoals het voor de VVD-fractie herkenbaar hoort: nuchter besturen, scherp op de portemonnee van inwoners en vasthoudend wanneer voorzieningen en veiligheid onder druk staan. En natuurlijk weer met het rondbrengen van kerstcadeaus namens stichting Present. De dossiers liepen uiteen van regionale ruimtelijke keuzes tot praktische problemen in een gemeentelijk gebouw, van de aanpak van huiselijk geweld tot een afvalplan dat na referendum en burgerberaad weer rust moet brengen. Maar de rode draad bleef hetzelfde: beleid moet uitvoerbaar zijn, verantwoordelijkheid moet duidelijk liggen, en de gemeente moet eerst zichzelf kritisch bezien voordat zij lasten doorschuift.

Een goed voorbeeld van die waakzaamheid was de manier waarop de VVD de Haagse Omgevingsvisie 2050 volgde. Den Haag kiest nadrukkelijk voor verdichting rond OV-knooppunten, meer nadruk op fietsen en lopen en een terughoudender rol voor de auto. Zoetermeer kan daar niet beschouwend aan de zijlijn blijven staan. VVD-raadslid Rob Duiven legde in zijn schriftelijke vragen de vinger op de doorwerking: keuzes in de hofstad raken het spoor, RandstadRail, regionale infrastructuur, woningmarkt en het landschap tussen de steden. De VVD-lijn was helder: meebepalen aan regionale tafels, zodat Haagse groei niet automatisch wordt afgewenteld op Zoetermeer, maar gepaard gaat met realistische investeringen in bereikbaarheid en bescherming van kwetsbaar groen. Daarmee werd de lijn uit februari, maart en november doorgetrokken: samenwerking is noodzakelijk, maar je moet wel opkomen voor het eigen belang van Zoetermeer.

Dezelfde praktische bestuursstijl zat achter de aandacht voor acute problemen in het CKC, waar ruimtes dicht moesten door problemen met de luchtbehandelingsinstallatie. De Zoetermeerse VVD bracht het terug tot de kern: de gemeente is eigenaar en verhuurder, dus moet zij verantwoordelijkheid nemen, snel herstel organiseren en gebruikers niet laten opdraaien voor schade die zij niet veroorzaken. In een stad waar verenigingen, docenten en culturele initiatieven de ruggengraat vormen van het dagelijks leven, hoort een gemeentelijk gebouw simpelweg te functioneren. Dit sluit aan bij de traditionele verwachting van bewoners: als de gemeente eigenaar is, moet zij zich ook als betrouwbare eigenaar gedragen.

Veiligheid en bescherming van kwetsbaren kwamen in december ook terug bij de regiovisie Huiselijk Geweld Haaglanden. De Zoetermeerse VVD benadrukte dat geweld achter de voordeur blijvende aandacht vraagt en dat beleid alleen waarde heeft als uitvoering meetbaar en transparant is. De fractie drong aan op concrete lokale indicatoren en heldere rapportage, zodat beleid geen papier blijft, maar grip geeft op wachttijden, risico’s en effectiviteit. Dit past bij de lijn die in januari begon met veiligheidsindicatoren en in oktober en november werd doorgezet: sturen op effecten, niet op mooie woorden.

Netcongestie werd in december heel concreet bij de besluitvorming over aanvullend krediet voor een school en sporthal. De VVD steunde dit omdat uitstel geen optie is wanneer onderwijs en sportvoorzieningen klem lopen. Tegelijk wees de fractie op de frustrerende realiteit dat projecten vastlopen op regels en capaciteitsschaarste in het energiesysteem, terwijl inwoners vooral willen dat er gebouwd en bewogen kan worden. Dit was de praktische doorwerking van het netcongestie-thema dat in maart al werd gekoppeld aan weerbaarheid en in november tot een regiemotie leidde: je moet lokaal doen wat mogelijk is, maar ook regionaal en landelijk blijven duwen voor werkbare spelregels en versnelling.

Op het terrein van leefbaarheid trok de Zoetermeerse VVD in december een streep onder eenvoud en betaalbaarheid met een alternatief afvalplan van VVD-raadslid Berend Aptroot. De kern was herkenbaar: één duidelijke lijn voor de stad, geen extra bak en geen ingewikkeld systeem dat niet landt in de praktijk. Door te kiezen voor nascheiding van PBD en vooral te sturen op beter scheiden van GFT+E werd het beleid weer iets dat inwoners kunnen volhouden: overzichtelijk, herkenbaar en zonder onnodig gedoe. Het plan paste bovendien bij de gedachte dat je na een zwaar traject van referendum en burgerberaad als raad verantwoordelijkheid moet nemen om rust en duidelijkheid terug te brengen.

Financiële voorspelbaarheid kwam terug bij de belastingverordeningen 2026. De Zoetermeerse VVD stemde in omdat dit in de kern de juridische vertaling is van eerder gemaakte keuzes in de begroting. Tegelijk bleef de VVD alert op stapeling van lasten: Zoetermeer moet een stad blijven waar mensen weten waar ze aan toe zijn en waar de gemeente eerst naar de eigen organisatie kijkt voordat zij de rekening doorschuift. Dat is de lijn die al vanaf februari door het jaar loopt en in november in het begrotingsdebat nadrukkelijk werd herhaald.

Tot slot keek de Zoetermeerse VVD in december vooruit met realisme in het woonbeleid. Ambitie om te bouwen is nodig, maar te rigide eisen kunnen woningbouw in de praktijk afremmen. De VVD waarschuwde daarom tegen “luchtkastelen”: plannen moeten uitvoerbaar blijven en ruimte laten voor initiatieven die Zoetermeer nodig heeft om de woningdruk te verlichten. Diezelfde realistische houding past bij de koers op cultuur die het jaar doorloopt: bij de nieuwbouw van De Boerderij werd voortgang gekoppeld aan duidelijke randvoorwaarden, een efficiënte footprint en samenhang met Voorweg-Centrum. December sloot zo het jaar af met dezelfde kern als waarmee het begon: degelijke keuzes, verantwoordelijkheid nemen en zorgen dat beleid niet alleen mooi klinkt, maar ook werkt.

Total
0
Shares
Related Posts